ECLI:NL:RBDHA:2025:21469

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
NL23.26897
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbRichtlijn 2001/55/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen intrekking terugkeerbesluit tijdelijke bescherming niet-ontvankelijk verklaard

Eiseres, een Tunesische nationaliteit houdende vrouw die tijdelijk in Oekraïne verbleef, kreeg op 28 augustus 2023 een terugkeerbesluit opgelegd omdat haar verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming per 4 september 2023 eindigde. Zij stelde beroep in tegen dit besluit.

Op 7 februari 2024 trok de minister het terugkeerbesluit in. Ondanks deze intrekking handhaafde eiseres haar beroep. De rechtbank oordeelt dat nu het bestreden besluit is ingetrokken en daarmee het doel van het beroep is bereikt, eiseres geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 907,-. De uitspraak is gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier M.E. Jans op 24 oktober 2025 zonder zitting.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het besluit en de minister is veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26897

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het aan haar opgelegde terugkeerbesluit.
1.1.
Verweerder heeft met het besluit van 28 augustus 2023 aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd en bepaald dat zij binnen vier weken na 4 september 2023 Nederland dient te verlaten. Op 7 februari 2024 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
1.2.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1994 en heeft de Tunesische nationaliteit. Eiseres verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Tot 4 maart 2024 heeft eiseres rechtmatig verblijf in Nederland gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [2]
3. Op 28 augustus 2023 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat haar verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege eindigt per 4 september 2023, nu niet langer facultatieve tijdelijke bescherming wordt verleend aan derdelanders die een tijdelijk verblijfsrecht hadden in Oekraïne. Met hetzelfde besluit heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 augustus 2023. Verweerder heeft het bestreden besluit vervolgens ingetrokken op 7 februari 2024. Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd. In maart 2024 is eiseres naar de Verenigde Staten vertrokken.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat de haar verleende tijdelijke bescherming ten onrechte is beëindigd en dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Nu het bestreden besluit is ingetrokken en daarmee de gewenste vernietiging van dat besluit is bereikt, is verweerder in zoverre aan het beroep van eiseres tegemoetgekomen en heeft eiseres geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Het beroep dient om die reden niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Nu verweerder het besluit waartegen eiseres beroep had ingesteld, heeft ingetrokken, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,-. [3]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
3.1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.