ECLI:NL:RBDHA:2025:21469

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
NL23.26897
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van het beroep tegen een terugkeerbesluit in het kader van tijdelijke bescherming voor derdelanders

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het aan haar opgelegde terugkeerbesluit. Eiseres, geboren in 1994 en van Tunesische nationaliteit, verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne ten tijde van de invasie door Russische strijdkrachten. Op 28 augustus 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd, waarbij zij binnen vier weken Nederland diende te verlaten. Dit besluit werd op 7 februari 2024 ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat eiseres geen procesbelang meer heeft nu het bestreden besluit is ingetrokken. De rechtbank legt uit dat, aangezien de intrekking van het besluit de gewenste vernietiging heeft opgeleverd, er geen inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden meer nodig is. De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-. De uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, en is openbaar gemaakt op 18 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26897

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , v-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Heida),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] ,verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het aan haar opgelegde terugkeerbesluit.
1.1.
Verweerder heeft met het besluit van 28 augustus 2023 aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd en bepaald dat zij binnen vier weken na 4 september 2023 Nederland dient te verlaten. Op 7 februari 2024 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken.
1.2.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1994 en heeft de Tunesische nationaliteit. Eiseres verbleef op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne op het moment dat de invasie van Oekraïne door de Russische strijdkrachten begon. Tot 4 maart 2024 heeft eiseres rechtmatig verblijf in Nederland gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [2]
3. Op 28 augustus 2023 heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat haar verblijfsrecht op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van rechtswege eindigt per 4 september 2023, nu niet langer facultatieve tijdelijke bescherming wordt verleend aan derdelanders die een tijdelijk verblijfsrecht hadden in Oekraïne. Met hetzelfde besluit heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 28 augustus 2023. Verweerder heeft het bestreden besluit vervolgens ingetrokken op 7 februari 2024. Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd. In maart 2024 is eiseres naar de Verenigde Staten vertrokken.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres voert aan dat de haar verleende tijdelijke bescherming ten onrechte is beëindigd en dat verweerder ten onrechte een terugkeerbesluit heeft opgelegd.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Nu het bestreden besluit is ingetrokken en daarmee de gewenste vernietiging van dat besluit is bereikt, is verweerder in zoverre aan het beroep van eiseres tegemoetgekomen en heeft eiseres geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Het beroep dient om die reden niet-ontvankelijk verklaard te worden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Nu verweerder het besluit waartegen eiseres beroep had ingesteld, heeft ingetrokken, ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 907,-. [3]

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. M.E. Jans, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
3.1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1.