ECLI:NL:RBDHA:2025:21472
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag lesbische vrouw uit Oeganda wegens ongeloofwaardigheid en late indiening
Eiseres, een vrouw met de Oegandese nationaliteit, vroeg in 2022 en opnieuw in 2024 asiel aan in Nederland met het motief dat zij in Oeganda problemen ondervond vanwege haar lesbische gerichtheid. De minister wees de tweede aanvraag af als kennelijk ongegrond omdat eiseres zich niet onverwijld had gemeld en haar asielmotief niet geloofwaardig werd geacht.
De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiseres over haar lesbische gerichtheid en de problemen in Oeganda wisselend en vaag zijn, en dat zij haar asielaanvraag te laat heeft ingediend. Wel acht de rechtbank het onterecht dat verklaringen uit de aanmeldfase zijn betrokken bij de geloofwaardigheidstoets, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat eiseres hierdoor niet in haar belangen is geschaad.
De rechtbank concludeert dat het asielmotief onvoldoende geloofwaardig is en dat terugkeer naar Oeganda geen reëel risico op ernstige schade oplevert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.