ECLI:NL:RBDHA:2025:21477

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
NL25.50302
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 Vreemdelingenwet 2000Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure op grond van Dublinverordening

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is, omdat de rechtbank reeds op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep. Gezien deze uitspraak is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via geanonimiseerde publicatie.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zitingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.50302

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1]
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.50301, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 11 november 2025 door mr. E.F. Bethlehem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Algemene wet bestuursrecht.