Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[partij A sub 1] te [woonplaats] ,
2.
[partij A sub 2]te [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak, die zich afspeelt tussen buren, is er een geschil over de eigendom van twee stroken grond die kadastraal aan gedaagde toebehoren. Eisers, die buren zijn van gedaagde, stellen dat zij door verjaring eigenaar zijn geworden van deze stroken grond. De rechtbank heeft op 12 november 2025 geoordeeld dat er geen sprake is van verjaring en dat eisers de stroken grond moeten ontruimen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de eisers onvoldoende bewijs hebben geleverd dat zij gedurende de vereiste periode van tien of twintig jaar in bezit zijn geweest van de grondstroken. De rechtbank heeft de vorderingen van eisers in conventie afgewezen en de vorderingen van gedaagde in reconventie toegewezen, waarbij gedaagde werd erkend als eigenaar van de grondstroken. De rechtbank heeft ook de proceskosten aan eisers opgelegd, aangezien zij in het ongelijk zijn gesteld. De zaak benadrukt de vereisten voor verkrijgende verjaring en de noodzaak van ondubbelzinnig bezit.