Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Turkse nationaliteit, diende op 14 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk is, gelet op een eerdere aanvraag van eiser in Zwitserland op 23 december 2024. De Zwitserse autoriteiten hebben het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser stelde dat hij in Zwitserland onmenselijk behandeld is en geen effectieve bescherming kreeg, onder meer door mishandeling en dreiging met uitzetting naar Turkije. Hij voerde aan dat verweerder onzorgvuldig handelde door deze verklaringen zonder nader onderzoek tegenstrijdig te achten en onvoldoende individuele toets toe te passen, vooral gezien zijn psychische kwetsbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat Zwitserland systeemfouten vertoont in de asielprocedure of opvang. Ook zijn medische klachten zijn onvoldoende onderbouwd om aanvullende garanties te vereisen. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank wees erop dat eiser in Zwitserland zelf klachten kan indienen bij bevoegde instanties indien hij meent dat zijn rechten worden geschonden. Tevens is in het besluit vermeld dat medische gegevens met toestemming van eiser kunnen worden uitgewisseld en dat een 'fit to fly' onderzoek zal plaatsvinden voor overdracht.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.