ECLI:NL:RBDHA:2025:21499

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
NL24.26388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens intrekking besluit machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij een referent. De aanvraag dateerde van september 2023 en het beroep werd ingesteld in juni 2024. Tijdens de procedure heeft de minister de aanvraag alsnog ingewilligd in februari 2025.

De rechtbank oordeelt dat door deze intrekking van het niet-beslissen het beroep feitelijk is komen te vervallen en eisers geen procesbelang meer hebben bij een inhoudelijke behandeling. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de door eisers gemaakte proceskosten, vastgesteld op €453,50, en het betaalde griffierecht van €187. De wegingsfactor voor de proceskosten is licht vanwege de beperkte aard van het beroep, dat alleen ziet op het niet tijdig beslissen.

De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en griffier E.C. Jacobs en is openbaar gemaakt op 12 november 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.26388

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], mede namens haar drie minderjarige kinderen,

hierna te noemen; eisers
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Eisers hebben op 27 juni 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf bij [referent] (referent) van 26 september 2023.
Bij besluit van 17 februari 2025 heeft verweerder de aanvraag van eisers ingewilligd.
Eisers hebben desgevraagd medegedeeld het beroep te handhaven in verband met de veroordeling van verweerder tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eisers heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van eisers tegemoetgekomen. Eisers hebben om die reden geen procesbelang meer bij een verdere inhoudelijke beoordeling van het beroep door de rechtbank. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Daarnaast moet verweerder het door eisers betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank;
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van
  • bepaalt dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 187 (honderdzevenentachtig euro) moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan op 12 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.