ECLI:NL:RBDHA:2025:215
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van vreemdelingenbewaring
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring die op 23 oktober 2024 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot 30 oktober 2024 vastgesteld, zodat nu alleen het voortduren van de maatregel na die datum wordt beoordeeld.
Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, met name door geen contact te zoeken met de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) om zijn vrijwillig vertrek te bespoedigen. Verweerder heeft echter aangetoond regelmatig contact te onderhouden met de Tunesische autoriteiten en meerdere vertrekgesprekken met eiser gevoerd, waarin hij is geadviseerd een vrijwilligersbrief via het IOM op te stellen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat er geen verplichting bestaat om zelf contact met het IOM te leggen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.