ECLI:NL:RBDHA:2025:21501

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
NL25.26113
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling minister in proceskosten na inwilliging asielaanvraag wegens niet-tijdig beslissen

Verzoekster diende op 22 januari 2024 een asielaanvraag in waarop verweerder niet tijdig besloot. Op 12 juni 2025 stelde verzoekster beroep in tegen het uitblijven van een beslissing. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 16 oktober 2025 de asielaanvraag ingewilligd. Verzoekster trok daarop haar beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog het besluit te nemen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank in een dergelijk geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €453,50, gebaseerd op het aantal punten voor rechtsbijstand en een lichte wegingsfactor.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting en de rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van deze proceskosten. Hiermee wordt het belang van tijdige besluitvorming en vergoeding van kosten bij niet-tijdig beslissen benadrukt.

Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie is veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.26113

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 12 juni 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 22 januari 2024.
Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster ingewilligd.
Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. [3] Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van
€ 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 6 november 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Algemene wet bestuursrecht.
3.Besluit proceskosten bestuursrecht.