Eiser, een Ethiopische asielzoeker behorend tot de Amhara bevolkingsgroep, diende op 22 november 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. De minister wees deze aanvraag op 23 mei 2025 af wegens gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas, met name over de gedwongen rekrutering en het ontbreken van een oproepbrief.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft nagelaten het referentiekader van eiser, bestaande uit persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd, cultuur en achtergrond, kenbaar te betrekken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid. Dit is in strijd met de werkinstructies en jurisprudentie die een integrale beoordeling vereisen.
Daarom is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen en wordt het vernietigd. De minister wordt opgedragen binnen vier weken een nieuw besluit te nemen waarbij het referentiekader expliciet wordt betrokken. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.814 toegekend.