ECLI:NL:RBDHA:2025:21527

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
14 november 2025
Zaaknummer
11547130 \ RL EXPL 25-2884
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot schadevergoeding door passagiers van vertraagde vlucht op basis van EU-verordening 261/2004

In deze zaak vordert de vennootschap Airhelp Germany GmbH, gemachtigd door mr. D.E. Lof, een schadevergoeding van TUI Airlines Nederland B.V. vanwege een vertraging van een vlucht van Antalya naar Amsterdam op 2 juli 2024. De passagiers hadden een boeking voor deze vlucht, maar arriveerden pas op 3 juli 2024, meer dan drie uur later dan gepland. Airhelp stelt dat zij recht heeft op een vergoeding van € 400 per persoon op basis van de EU-verordening 261/2004, die passagiers beschermt tegen annuleringen en vertragingen van meer dan drie uur. TUI, vertegenwoordigd door mrs. M. Lustenhouwer en D.H.A. Delger, voert verweer en stelt dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk instructies van de luchtverkeersleiding die leidden tot verplichte rusttijd voor de bemanning.

De kantonrechter oordeelt dat TUI voldoende heeft aangetoond dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, zoals slechte weersomstandigheden en beslissingen van de luchtverkeersleiding. Hierdoor is TUI niet verplicht om de schadevergoeding aan Airhelp te betalen. De rechter wijst de vorderingen van Airhelp af en veroordeelt hen in de proceskosten van TUI, die zijn vastgesteld op € 337,50. Dit vonnis is uitgesproken op 2 december 2025 door mr. N.F.H. van Eijk.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats 's-Gravenhage
NvE/c
Zaaknummer: 11547130 \ RL EXPL 25-2884
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
de vennootschap naar het recht harer vestiging AIRHELP GERMANY GMBH,
gevestigd te Berlijn (Duitsland),
eisende partij,
hierna samen te noemen: Airhelp,
gemachtigde: mr. D.E. Lof,
tegen
de besloten vennootschap TUI AIRLINES NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUI,
gemachtigde: mrs. M. Lustenhouwer en D.H.A. Delger.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 januari 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met productie,
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[passagier 1] en [passagier 2] (hierna: de passagiers) hadden voor 2 juli 2024 een boeking voor vlucht [vluchtnummer] van Antalya (Antalya Airport) naar Amsterdam (Schiphol Airport). De geplande vertrektijd was om 19:10 uur (UTC) en de geplande aankomsttijd was 23:35 uur (UTC).
2.2.
Vlucht [vluchtnummer] is uiteindelijk op 3 juli 2024 om 16:25 uur (UTC) geland in Amsterdam.
2.3.
Vlucht [vluchtnummer] was onderdeel van een zogenaamde ‘rotatievlucht’ op 2 juli 2024 van Amsterdam – Antalya – Rotterdam – Antalya – Amsterdam.
2.4.
De passagiers hebben hun vorderingen gecedeerd aan Airhelp.

3.Het geschil

3.1.
Airhelp vordert - samengevat - veroordeling van TUI tot betaling van € 800,00, vermeerderd met rente en (proces)kosten.
3.2.
Aan haar vordering legt Airhelp ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; de Verordening) en de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie [1] , haar recht geeft op een vergoeding van € 400,- per persoon in verband met de opgelopen vertraging van de vlucht van Antalya naar Amsterdam op 2 juli 2024. Omdat betaling uitbleef heeft Airhelp kosten moeten maken die worden begroot op 15% van de hoofdsom. Daarnaast is TUI de wettelijke rente verschuldigd.
3.3.
TUI voert verweer. TUI concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Airhelp, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Airhelp in de kosten van deze procedure. Kort gezegd stelt TUI dat de vertraging is ontstaan door instructies van de luchtverkeersleiding en dat als gevolg daarvan de bemanning verplichte rusttijd moest nemen. Dit levert een buitengewone omstandigheid op. De omstandigheid doet zich onverwachts voor waardoor TUI geen mogelijkheid heeft om de vlucht sneller uit te voeren.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Buitengewone omstandigheid
4.1.
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
4.2.
Niet in geschil is dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Dit betekent dat TUI de passagiers in beginsel moet compenseren. Dit is anders als TUI kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden.
4.3.
TUI heeft zich verweerd dat de voornaamste vertraging zou zijn ontstaan door diverse beslissingen van de luchtverkeersleiding tijdens verscheidene onderdelen van de rotatievlucht. Airhelp heeft niet weersproken dat deze omstandigheden als buitengewoon kunnen worden aangemerkt, maar heeft gesteld dat TUI die omstandigheden onvoldoende heeft onderbouwd. Anders dan Airhelp bij repliek heeft gesteld heeft TUI bij conclusie van antwoord delen van de vluchtrapporten overgelegd. Airhelp heeft daarover aangevoerd dat uit de overgelegde gedeeltelijke vluchtrapporten slechts de redenen voor de gewijzigde slottijden Calculated Take Off Time (CTOT) worden doorgegeven, maar niet de achterliggende oorzaken voor de vertraging. Dat zou wel zichtbaar moeten zijn in het niet overgelegde deel van de vluchtrapporten. TUI heeft dit laatste betwist en erop gewezen dat er geen andere redenen waren en daarom ook niet zichtbaar zijn, behalve een andere vertraging op Rotterdam, maar daar doet zij geen beroep op een buitengewone omstandigheid. In dit geval is ook meermalen een CTOT gegeven in verband met slechte weersomstandigheden op de route van het toestel.
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de overgelegde onderdelen voldoende blijkt dat de luchtverkeersleiding van Eurocontrol op verschillende momenten een CTOT heeft gegeven aan het toestel in verband met slechte weersomstandigheden op de route. Daarbij heeft TUI gewezen op de onder meer daarvoor gebruikte code REGCAUSE WE 81. WE staat voor: “
Weather: Reduction in expected capacity due to any weather phenomena. This includes where weather impacts airport infrastructure capacity, but where aerodrome services are operating as planned /expected” en 81 staat voor: “
ATFM due to ATC ENROUTE DEMAND / CAPACITY”. ATFM staat voor Air Traffic Flow Management de taak van Eurocontrol. Hiermee wordt dus gezegd dat er beperkt luchtverkeer mogelijk is door slechte weersomstandigheden. Deze vertraging startte al bij het tweede onderdeel van de rotatievlucht van Antalya naar Rotterdam op 2 juli 2024 en heeft zich voortgezet in de terugvlucht van Rotterdam naar Antalya.
4.5.
De vlucht van Rotterdam naar Antalya is met een vertraging van 2 uur en 51 minuten uitgevoerd. Het toestel is om 21:26 UTC gearriveerd op Antalya. Op dat moment liep de bemanning uit de uren en moest zij de vereiste rusttijd in acht nemen. Met TUI is de kantonrechter van oordeel dat in de gegeven omstandigheden de verplichte rusttijd voor de bemanning een bijkomende complicatie als gevolg van de beslissingen van de luchtverkeersleiding [2] . Hiermee heeft TUI voldoende onderbouwing gegeven dat de vertraging is terug te voeren op beslissingen van de luchtverkeersleiding en dus een buitengewone omstandigheid oplevert waarop TUI zich kan beroepen.
Redelijke maatregelen
4.6.
Resteert de vraag of TUI alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging als gevolg van de buitengewone omstandigheid te voorkomen. Anders dan Airhelp heeft betoogd kan van TUI in dit geval niet gevergd worden dat zij reservebemanning inzet. Het paraat houden van een reservebemanning op een buitenlocatie is een te vergaande eis en het vervangen van de bemanning of meesturen van een reservebemanning had de vertraging niet onder de drie uur gebracht. Het oproepen van andere bemanning vergt immers ook enige tijd. De kantonrechter is dan ook met TUI van oordeel dat zij gelet op de aard van de buitengewone omstandigheden en alle overige factoren weinig tot geen mogelijkheden heeft gehad de vertraging op te vangen dan wel om die situatie te bespoedigen.
4.7.
Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep van TUI op buitengewone omstandigheden slaagt, zodat Airhelp geen recht heeft op enige vergoeding en haar vorderingen (inclusief de nevenvorderingen) daarom zullen worden afgewezen.
4.8.
Airhelp is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
270,00
(2 punt × € 135,00)
- nakosten
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
337,50

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Airhelp af,
5.2.
veroordeelt Airhelp in de proceskosten van € 337,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Airhelp niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.

Voetnoten

1.Het Wallentin-Hermann arrest (HvJ EU 22 december 2008, C-549/07), het Sturgeon-arrest (HvJ EU 19 november 2009, C-402/07) en het Folkerts-arrest (HvJ EU 26 februari 2013, C-11/11).
2.Het Eglitis-arrest (HvJ EU 12 mei 2011, C-294/10).