Deze uitspraak betreft de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een vrijstaande eengezinswoning. Eiser betoogt dat het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk niet heeft onderkend dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, specifiek met betrekking tot de positie van de voorgevel van de woning. De rechtbank heeft op 3 september 2025 geoordeeld dat het college op juiste gronden de omgevingsvergunning heeft verleend en heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard.
De aanvraag voor de omgevingsvergunning werd ingediend op 9 november 2022, en het college verleende de vergunning op 2 februari 2023. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar het college bleef bij zijn besluit. De rechtbank heeft de zaak op 11 juni 2025 behandeld, waarbij de gemachtigden van zowel eiser als het college aanwezig waren. De rechtbank heeft vastgesteld dat de westgevel van de woning, die aan de openbare weg ligt, als voorgevel kan worden aangemerkt, ondanks dat de voordeur zich aan de zijkant bevindt.
Eiser heeft ook aangevoerd dat het bouwplan niet voldoet aan de beeldkwaliteitseisen, maar de rechtbank oordeelt dat dit geen invloed heeft op de beslissing, aangezien het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt op 3 september 2025.