ECLI:NL:RBDHA:2025:21654

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
18 november 2025
Zaaknummer
NL25.48557 NL25.48562 NL25.48564
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 VwArt. 43 Vw
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvragen Syriërs tijdens besluitmoratorium

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel. De minister ontving de aanvragen op 8 april 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege het besluitmoratorium Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met een jaar tot maximaal 21 maanden.

Eisers hebben de minister op 26 augustus 2025 in gebreke gesteld, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestellingen daarom te vroeg zijn ingediend, waardoor de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom.

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en wijst daarmee de verzoeken van eisers af. De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en bekendgemaakt op 6 november 2025.

Uitkomst: De beroepen van eisers worden niet-ontvankelijk verklaard vanwege te vroege ingebrekestellingen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.48557, NL25.48562 en NL25.48564
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] ,eisers
V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G. Ocak), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op hun aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergwming asiel voor bepaalde tijd (hiema: aanvragen).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet warden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2
Zijn de beroepen van eisers ontvankelijk?
3. De minister heeft de aanvragen op 8 april 2024 ontvangen. De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvragen beslissen.3
4. Eisers komen uit Syrie. Met ingang van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025 gold voor Syrie een besluitmoratorium.4 Gedurende de tijd dat het besluitmoratorium van kracht was, besliste de minister niet op asielaanvragen van vreemdelingen uit dat land. De beslistermijn voor asielaanvragen die v66r of tijdens de werking van het besluitmoratorium werden ontvangen, is verlengd met eenjaar tot ten hoogste 21 maanden.5
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
3 Artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Aanvankelijk heeft de minister de beslistermijn onder toepassing van WBV 2023/26 met negen maanden verlengd. De minister heeft deze WBV echter weer ingetrokken (IB 2025/28). Als gevolg hiervan geldt voor alle asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2024 weer een beslistermijn van zes maanden.
5. Het moratorium is mede van toepassing op asielaanvragen waarvan de beslistermijn van zes maanden is verstreken op het moment van de inwerkingtreding van het moratorium.6 De aanvragen van eisers vallen onder deze situatie en daarmee dus onder het toepassingsbereik van het moratorium.
6. De minister diende uiterlijk op 8 oktober 2025 te beslissen op de aanvragen (8 april 2024 + zes maanden + eenjaar, tot in totaal ten hoogste 21 maanden). Eisers hebben de minister op 26 augustus 2025 in gebreke gesteld. De beslistermijn was op dat moment nog niet verstreken. De ingebrekestellingen zijn dus te vroeg ingediend. De beroepen zijn daarmee kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
8. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Al om die reden komt de rechtbank niet toe aan het vaststellen van een eventuele verbeurde bestuurlijke dwangsom.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van M.M. Mulder, griffier.
4 Stet. 2024, 41538.
5 Artikel 43, eerste lid, van de Vw en artikel 2 van Pro het Besluit instelling besluitmoratorium en vertrekmoratorium vreemdelingen afkomstig uit Syrie.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
06 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u bet niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.