ECLI:NL:RBDHA:2025:21679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende motivering reëel risico artikel 3 EVRM
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen in twee besluiten, waarvan het eerste besluit is ingetrokken na een tussenuitspraak van de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende zorgvuldig had onderzocht of eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. Verweerder heeft vervolgens een nieuw besluit genomen waarin de asielmotieven van eiser als geloofwaardig werden beoordeeld, maar de aanvraag alsnog werd afgewezen.
De rechtbank stelt vast dat het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is omdat dit besluit is ingetrokken en eiser geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling daarvan. Het beroep tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard omdat het besluit niet voldoende zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank benadrukt dat verweerder de geloofwaardig bevonden omstandigheden, zoals mishandelingen door politie en militairen, dakloosheid, hiv-besmetting en psychische problemen, niet in onderlinge samenhang heeft beoordeeld.
Verder heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom eiser zich bij ernstige problemen tot de autoriteiten zou kunnen wenden, terwijl juist de politie een bedreiging vormt. Ook is verweerder tekortgeschoten in de motivering waarom niet wordt afgeweken van het traumatabeleid op grond van artikel 4:84 Awb Pro. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het reële risico op schending van artikel 3 EVRM en verweerder krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.