ECLI:NL:RBDHA:2025:21746

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
19 november 2025
Zaaknummer
NL25.37733
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 43a Vw 2000Art. 8:57 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 42 lid 1 Vw 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon die tijdelijk bescherming genoot op grond van zijn relatie met een Oekraïense partner, diende op 15 augustus 2022 een asielaanvraag in. Na beëindiging van de tijdelijke bescherming op 18 juni 2025 diende eiser een ingebrekestelling in op 5 juni 2025, terwijl de beslistermijn op grond van artikel 43a van de Vreemdelingenwet 2000 pas vanaf 18 juni 2025 begon te lopen.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend en daarom ongeldig is. Dit betekent dat eiser niet aan de vereiste voorwaarde heeft voldaan om beroep in te stellen tegen het uitblijven van een besluit. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, maar dit heeft geen invloed op de ontvankelijkheid van het beroep.

De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten. Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.37733

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A.H. Hekman),
en
de minister van Asiel en Migratie [1] .

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op de asielaanvraag. De minister heeft ondanks een uitdrukkelijk verzoek van de rechtbank geen verweerschrift ingediend.
1.1.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen. [3]
Feiten
3. Eiser heeft de Syrische nationaliteit en woonde met een verblijfsvergunning in Oekraïne. In verband met de Russische invasie in Oekraïne is eiser samen met zijn vriendin, die de Oekraïense nationaliteit heeft, Nederland binnengereisd. Op 15 augustus 2022 heeft eiser in Nederland een asielaanvraag ingediend en heeft hij op basis van zijn relatie tijdelijke bescherming gekregen. De minister heeft deze tijdelijke bescherming bij besluit van 18 juni 2025 beëindigd, omdat eisers relatie is verbroken.
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
4. De aanvraag is in ontvangst genomen op 15 augustus 2022. De minister moet in beginsel uiterlijk binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. [4] Deze beslistermijn is met de inwerkingtreding van WBV 2022/22 met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden. [5] Eiser viel tot 18 juni 2025 onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [6] Op grond van artikel 43a van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) moet binnen zes maanden na afloop van de tijdelijke bescherming beslist worden op de asielaanvraag. Dat betekent dat voor eiser de beslistermijn van zes maanden als bedoeld in artikel 43a van de Vw 2000 vanaf 18 juni 2025 is gaan lopen. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 5 juni 2025 prematuur is ingediend en dus ongeldig is. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn aanvraag niet-ontvankelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas, rechter, in aanwezigheid van mr. D.J. Deitz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
2.Artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
3.Dit volgt uit de artikelen 6:2 en 6:12 van de Awb.
4.Dit staat in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
5.Stcrt. 2022, nr. 25775.
6.Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen..