ECLI:NL:RBDHA:2025:21775
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag mvv wegens onvoldoende vaststelling familierechtelijke relatie
Eiseres, een Guinese vrouw geboren in 2005, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar gestelde moeder, de referente, in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen omdat de identiteit van eiseres onvoldoende aannemelijk was gemaakt, waardoor de familierechtelijke relatie niet kon worden vastgesteld. Ook voldeed referente niet aan het middelenvereiste vanwege het ontvangen van een uitkering.
Eiseres stelde dat de gezinsherenigingrichtlijn (Gri) ten onrechte niet was toegepast en dat zij onterecht niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat de familierechtelijke relatie niet was komen vast te staan en dat eiseres daarom geen rechten aan de Gri kon ontlenen. De verwijzingen naar jurisprudentie waren niet van toepassing omdat in die zaken wel sprake was van gezinsleven volgens de Gri. Ook was het horen van eiseres niet verplicht omdat zij dit niet tijdig had gevraagd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht- en proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende vaststelling van de familierechtelijke relatie.