ECLI:NL:RBDHA:2025:21793
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
Op 22 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op basis van artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had op 3 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend, vergezeld van diverse bijlagen, waaronder medische verklaringen en een zorgplan. Tijdens de mondelinge behandeling op dezelfde datum zijn zowel de betrokkene als zijn advocaat gehoord. Betrokkene, geboren in 1968, verblijft in een GGZ-accommodatie en heeft een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder een manisch-psychotisch toestandsbeeld. De rechtbank oordeelt dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen. De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 22 april 2026, en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is gegeven door rechter M. Nijenhuis, bijgestaan door griffier V.A.H. Schoorl, en is uitgesproken ter openbare zitting.