ECLI:NL:RBDHA:2025:21793

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/09/692469 / FA RK 25-7436
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 22 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven inzake een verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging op basis van artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had op 3 oktober 2025 een verzoekschrift ingediend, vergezeld van diverse bijlagen, waaronder medische verklaringen en een zorgplan. Tijdens de mondelinge behandeling op dezelfde datum zijn zowel de betrokkene als zijn advocaat gehoord. Betrokkene, geboren in 1968, verblijft in een GGZ-accommodatie en heeft een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische aandoening die leidt tot ernstig nadeel, waaronder een manisch-psychotisch toestandsbeeld. De rechtbank oordeelt dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen. De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden, tot en met 22 april 2026, en wijst het meer of anders verzochte af. De beschikking is gegeven door rechter M. Nijenhuis, bijgestaan door griffier V.A.H. Schoorl, en is uitgesproken ter openbare zitting.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/692469 / FA RK 25-7436
Datum beschikking: 22 oktober 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , [land] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van GGZ [regio] , te [plaats] ,
advocaat: mr. A.R. Oosthout te Den Haag.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 3 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 30 september 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 17 september 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 2 oktober 2025;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. L.C.S. Leistra, waarnemend voor de advocaat;
- de physician assistant in opleiding, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat betrokkene zich niet verzet tegen de behandeling en dat hij op vrijwillige basis zorg wil ontvangen. Betrokkene begrijpt het ook als de zorgmachtiging wel zal worden toegewezen als vangnet om de kans op een terugval te verkleinen en zal zich daar dan niet tegen verzetten. De advocaat verzoekt daarom primair namens betrokkene om het verzoek af te wijzen en subsidiair refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.
De physician assistant heeft naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van betrokkene dusdanig is verbeterd dat hij met ontslag kan. Een zorgmachtiging is nog nodig voor de ambulante behandeling van betrokkene. Eerder is het zonder zorgmachtiging niet gelukt om vrijwillige zorg op te starten waarna betrokkene een terugval heeft gehad en opnieuw is opgenomen. Betrokkene kan ambivalent zijn ten aanzien van de (ambulante) behandeling en de medicatie en krijgt daarom depotmedicatie. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg acht de physician assistant andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten en uitoefenen van toezicht niet noodzakelijk en voorzienbaar.

Beoordeling

Op 12 september 2025 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 3 oktober 2025.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis- of andere psychotische stoornis en aan een stoornis in het gebruik van cannabis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene is voor de tweede keer in korte tijd opgenomen in verband met een manisch-psychotisch toestandsbeeld, waarschijnlijk veroorzaakt door cannabisgebruik, waarbij sprake was van wanen en verward gedrag bij betrokkene. Betrokkene is inmiddels ingesteld op een antipsychoticum in depotvorm en zijn toestandsbeeld is zodanig opgeknapt dat hij met ontslag kan en de zorg zal worden overgedragen naar het ambulante kader.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is ambivalent ten aanzien van zijn behandeling en medicatie. Eerder is het na opname niet gelukt om de zorg in de thuissituatie op vrijwillige basis op te starten waarna betrokkene opnieuw gedecompenseerd en opgenomen is. Een zorgmachtiging is nodig als vangnet om een goede samenwerking te bewerkstelligen en het risico op een terugval te verkleinen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten en het uitoefenen van toezicht. Niet gebleken is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , [land] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 april 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.