ECLI:NL:RBDHA:2025:21810

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/09/693086 / FA RK 25-7805
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg aan betrokkene met schizofrenie en alcoholverslaving

De rechtbank Den Haag heeft op 20 oktober 2025 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1971, die lijdt aan schizofrenie en alcoholverslaving. Betrokkene verblijft momenteel in een instelling en wordt bijgestaan door een advocaat.

Uit de overgelegde medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene ernstige geheugenproblemen en een achteruitgang in zelfzorg vertoont, die nader diagnostisch onderzoek vereisen. Dit onderzoek kan alleen plaatsvinden na een klinische opname voor detoxificatie, waarvoor verplichte zorg noodzakelijk is omdat betrokkene niet vrijwillig meewerkt.

De rechtbank acht de voorgestelde vormen van verplichte zorg, waaronder beperking van bewegingsvrijheid, onderzoek aan kleding en lichaam, en opname in een accommodatie, noodzakelijk en proportioneel om ernstig nadeel af te wenden. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt verleend voor de duur tot en met 30 april 2026, waarbij de zorg zo kort mogelijk zal worden toegepast.

De rechtbank wijst het meer of anders verzochte af en ziet geen aanleiding tot het opleggen van toezicht. De beschikking is uitgesproken in een openbare zitting en onderstreept het belang van het stabiliseren van de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot en met 30 april 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693086 / FA RK 25-7805
Datum beschikking: 30 oktober 2025

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. S.M. Hoogenraad te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 15 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 14 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van D.M.J. van Altena, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 3 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van14 oktober 2025;
- een brief van de officier van justitie van 17 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. R.P.A. Kint, waarnemend voor de advocaat;
- de klinisch psycholoog, J. den Dekker.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is verzocht om de zorgmachtiging voor maximaal vier maanden toe te wijzen, omdat die periode naar verwachting genoeg is voor de klinische detox en het diagnostisch onderzoek.
De klinisch psycholoog heeft naar voren gebracht dat de geheugenklachten bij betrokkene de afgelopen periode zijn toegenomen. Om daar onderzoek naar te kunnen doen is het van belang dat betrokkene eerst klinisch wordt opgenomen voor een detox. Daarna kan het diagnostisch onderzoek plaatsvinden. Aan de hand van de uitslagen zal gekeken worden de oorzaak is van de geheugenproblemen van betrokkene en wat hij verder nodig heeft. De duur van zes maanden is nodig, omdat er een wachtlijst is voor de detoxafdeling en daarna nog het diagnostisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Zodra betrokken klaar is met het onderzoek zal hij teruggaan naar de open afdeling waar hij op vrijwillige basis verblijft.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie, en alcohol abusis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Betrokkene krijgt medicatie voor zijn psychotische klachten en kampt met een alcoholverslaving. De afgelopen maanden is het geheugen en de zelfzorg van betrokkene achteruit gegaan. De komende periode is diagnostisch onderzoek nodig bij betrokkene om te kijken in hoeverre er sprake is van een neurocognitieve achteruitgang. Daarvoor is het van belang dat betrokkene eerst zes weken klinisch wordt opgenomen voor een detox.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene kan en wil niet op vrijwillige basis abstinent blijven van alcohol en meewerken aan het diagnostisch onderzoek. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van het uitoefenen van toezicht. Niet gebleken is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend. De rechtbank ziet, gelet op de toelichting van de klinisch verpleegkundige ter zitting, geen aanleiding om de zorgmachtiging toe te wijzen voor een kortere duur. De benodigde duur kan op dit moment niet worden vastgesteld en de insteek van de artsen is altijd dat de gedwongen zorg zo kort als nodig zal worden toegepast.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 april 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 oktober 2025.