ECLI:NL:RBDHA:2025:21813

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
C/09/693630 / FA RK 25-8081
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 30 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in een zaak betreffende de voortzetting van een crisismaatregel op basis van artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De officier van justitie had op 27 oktober 2025 een verzoek ingediend tot voortzetting van de crisismaatregel die eerder op 26 oktober 2025 was genomen. Betrokkene, geboren in 2002, verblijft in een accommodatie en wordt bijgestaan door zijn advocaat, mr. A.A. van Harmelen. Tijdens de mondelinge behandeling op 30 oktober 2025 zijn verschillende partijen gehoord, waaronder de arts-assistent en de moeder van betrokkene. De rechtbank heeft vastgesteld dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor betrokkene, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade. De rechtbank heeft geoordeeld dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles. Betrokkene verzet zich tegen de opname en de verplichte zorg, maar de rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat de voorgestelde maatregelen evenredig en effectief zijn. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel is verleend voor een periode van drie weken, tot en met 20 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693630 / FA RK 25-8081
Datum beschikking: 30 oktober 2025

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 27 oktober 2025 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [instelling] te [plaats] ,
advocaat: mr. A.A. van Harmelen te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 26 oktober 2025 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 26 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van A.T. Spijker, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2025. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door mr. K.J. Kerdel, waarnemend voor zijn advocaat;
- de arts-assistent, [naam 1] ;
- de moeder van betrokkene, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat betrokkene niet in de accommodatie wil blijven. Betrokkene herkent zich niet in het beeld voorafgaand aan de opname en er is geen sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene voelt zich niet op zijn plek in de accommodatie waardoor hij juist meer stress en prikkels ervaart. Betrokkene is bereid om zijn medicatie in te blijven nemen en wil thuis ambulante behandeling krijgen. De advocaat voert namens betrokkene verweer tegen de vormen van verplichte zorg toedienen van medicatie, beperken van de bewegingsvrijheid, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte, insluiten, en het uitoefenen van toezicht. Betrokkene is de afgelopen periode niet gesepareerd geweest.
De arts-assistent heeft naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van betrokkene onvoldoende is opgeklaard en het nog onduidelijk is waarom betrokkene psychotisch is ontregeld. Mogelijk komt dit door een toename van stress en overvraging. Betrokkene is nog steeds achterdochtig en angstig wat de behandeling van betrokkene bemoeilijkt. In de thuissituatie was het niet gelukt om de ambulante zorg op te starten en is het steunsysteem van betrokkene overbelast geraakt. Ten aanzien van de vormen van verplichte zorg is het toedienen van medicatie nodig omdat betrokkene zijn medicatie niet vrijwillig inneemt en onder toezicht krijgt. De verpleging moet veel moeite doen om betrokkene de medicatie in te laten nemen. Verder zijn insluiten en het uitoefenen van toezicht voorzienbaar door het afdelingsontwrichtende gedrag van betrokkene. Betrokkene is niet bekend met drugsgebruik waardoor onderzoek aan kleding of lichaam en het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen niet nodig zijn. Onderzoek van de woon- of verblijfsruimte is wel nodig gelet op het gevaarlijke gedrag wat betrokkene thuis heeft laten zien. Het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten is de komende periode niet voorzienbaar omdat ambulante zorg nog niet haalbaar is.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is in beeld gekomen vanwege een psychotische ontregeling waarbij hij verward en gevaarlijk gedrag laat zien. In de thuissituatie heeft hij een pakje kaarten in de oven gestopt en liep hij met weinig kleding over straat. Betrokkene kampt met waanideeën waarbij hij ervan overtuigd is dat hij iemand vermoord heeft. Verder zijn er aanwijzingen voor akoestische hallucinaties en durft betrokkene niet te slapen. In de accommodatie is het toestandsbeeld van betrokkene onvoldoende opgeknapt en laat hij nog steeds verward en achterdochtig gedrag zien. De komende periode dient betrokkene verder ingesteld te worden op medicatie.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische ontregeling, en een verstandelijke beperking. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, insluiten, het uitoefenen van toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten. Niet gebleken is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen. De rechtbank acht de vormen toedienen van medicatie en onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen wel voorzienbaar gelet op de toelichting van de arts-assistent ter zitting,
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene wil niet opgenomen blijven en terug naar huis. Betrokkene is wantrouwig tegenover zijn behandeling en neemt zijn medicatie niet vrijwillig in. Ambulante zorg is op dit moment niet haalbaar. Om die reden is verplichte zorg nodig.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 november 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 oktober 2025.