ECLI:NL:RBDHA:2025:21910

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
NL25.13440
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak bodemprocedure

Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 17 maart 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen.

De voorzieningenrechter heeft op 17 november 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat op die datum ook al een uitspraak op het beroep zelf was gedaan (zaaknummer 25.7520), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13440

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] ,

[V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.M. van Woensel),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

( [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluit van 17 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder verzoekers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 17 november 2025, zaaknummer 25.7520, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.