ECLI:NL:RBDHA:2025:21910
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak bodemprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 17 maart 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk buiten werking te stellen.
De voorzieningenrechter heeft op 17 november 2025 uitspraak gedaan over het verzoek om voorlopige voorziening. Omdat op die datum ook al een uitspraak op het beroep zelf was gedaan (zaaknummer 25.7520), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is definitief, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.