ECLI:NL:RBDHA:2025:21914
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betoogt dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat hij samen met zijn zusje asiel wil aanvragen en hij onbekend is met de Nederlandse regels. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de inbewaringstelling noodzakelijk is vanwege het onttrekkingsrisico en eerdere asielaanvragen en terugkeerbesluiten.
De rechtbank overweegt dat het feit dat eiser geen kennis had van de regels en voor het eerst in een gesloten inrichting verblijft, geen reden is om het onttrekkingsrisico te betwijfelen. Medische voorzieningen in het detentiecentrum zijn adequaat en vergelijkbaar met die in de vrije maatschappij. Tevens toetst de rechtbank ambtshalve de rechtmatigheid van de maatregel en vindt geen onrechtmatigheid.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C. Harting en bekendgemaakt op 11 november 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.