ECLI:NL:RBDHA:2025:21953
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit UWV herbeoordeling arbeidsongeschiktheid niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijn
De staatssecretaris van Defensie heeft op 13 februari 2024 een verzoek ingediend bij het UWV om de mate van arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer te herbeoordelen. Omdat het UWV niet tijdig besloot, stuurde eiser op 23 april 2024 een ingebrekestelling. Het UWV bevestigde ontvangst op 25 april 2024 en gaf op 25 juni 2024 een dwangsombeschikking af.
Eiser diende echter pas op 25 maart 2025, bijna een jaar na de ingebrekestelling, beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank constateert dat er geen contactmomenten of geldige redenen zijn voor deze lange periode van inactiviteit.
Hierdoor oordeelt de rechtbank dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend en verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, met de optie tot het verzoek om een zitting.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een UWV-besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.