ECLI:NL:RBDHA:2025:21956

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
25/6121
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens onredelijk late indiening na herbeoordelingsverzoek WIA

Stichting DSV heeft op 31 maart 2023 een verzoek ingediend bij het UWV om de mate van arbeidsongeschiktheid van haar ex-werknemer te herbeoordelen volgens de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn besliste, stuurde Stichting DSV op 7 juni 2023 een ingebrekestelling aan het UWV, die op 12 juni 2023 werd bevestigd.

Op 10 augustus 2023 gaf het UWV een dwangsombeschikking af. Echter, Stichting DSV diende het beroepschrift pas op 10 september 2025 in, ruim twee jaar en drie maanden na de ingebrekestelling. Gedurende deze periode werd geen contact onderhouden met het UWV en er is geen geldige reden voor deze lange vertraging.

De rechtbank oordeelt dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter D.A.J. Overdijk op 20 november 2025.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening meer dan twee jaar na ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 25/6121

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 november 2025 in de zaak tussen

Stichting DSV, uit Katwijk, eiseres

(gemachtigde: mr. J. van 't Veer),
en
de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen,verweerder (hierna ook: het Uwv)
(gemachtigde: mr. B.M. de Wolff).

Inleiding

In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een beslissing door het Uwv op haar verzoek van 31 maart 2023 om de mate van arbeidsongeschiktheid van haar (ex-)werknemer, [naam] , te herbeoordelen in de zin van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk-niet ontvankelijk is, omdat eiseres het beroepschrift onredelijk laat heeft ingediend. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2. Indien het beroep is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, zoals in deze zaak, is het niet aan een termijn gebonden. Het beroep is niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend. [1]
3. Op 31 maart 2023 heeft eiseres haar herbeoordelingsverzoek bij het Uwv ingediend. Omdat er binnen de wettelijke termijn geen beslissing op het verzoek werd genomen, heeft eiseres op 7 juni 2023 een ingebrekestelling verstuurd naar het Uwv. Het Uwv heeft de ontvangst daarvan op 12 juni 2023 bevestigd.
4. Op 10 augustus 2023 heeft het Uwv een dwangsombeschikking afgegeven.
5. Eiseres heeft op 10 september 2025 beroep ingesteld. Dat is meer dan een twee jaar en drie maanden na het versturen van de ingebrekestelling op 7 juni 2023. Uit de stukken blijkt niet van enige contactmomenten na de ingebrekestelling. Dit betekent dat eiseres in de periode tussen de ingebrekestelling en het indienen van het beroep op 10 september 2025 gedurende meer dan twee jaar en drie maanden geen actie heeft ondernomen om een besluit op haar herbeoordelingsverzoek te verkrijgen. Van een geldige reden hiervoor blijkt niet uit het dossier. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van S.I. Teunissen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 november 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.De rechtbank verwijst naar artikel 6:12, eerste lid, van de Awb, in samenhang met het vierde lid van dat artikel.