ECLI:NL:RBDHA:2025:21962
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De rechtbank Den Haag heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat onvoldoende zicht bestond op zijn uitzetting, mede doordat een laissez-passer nog niet was verstrekt ondanks meerdere pogingen van de minister.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder was getoetst en tot het moment van het sluiten van het onderzoek rechtmatig was bevonden. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Uit de stukken bleek dat de minister op 10 februari 2025 een aanvraag voor een laissez-passer had ingediend bij de Nigeriaanse autoriteiten en dat een persoonlijke presentatie gepland stond, maar dat eiser hieraan niet meewerkte. Een nieuwe presentatie werd aangevraagd, wat volgens de rechtbank voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn gaf.
De rechtbank vond geen gronden om de rechtmatigheid van de maatregel te betwijfelen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter M.J.M. Verhoeven en griffier F.E. Brokke en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.