ECLI:NL:RBDHA:2025:21973

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/09/685396
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Non-conformiteit van een koopovereenkomst met betrekking tot een nieuwe elektrische auto

In deze zaak heeft Bluetextiel B.V. een nieuwe elektrische auto van het merk Mercedes gekocht van [bedrijf] B.V. voor een bedrag van € 98.188,36. Bluetextiel heeft echter herhaaldelijk problemen ervaren met de auto en heeft op 31 juli 2024 de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, stellende dat de auto non-conform was op het moment van aankoop. De rechtbank heeft de vorderingen van Bluetextiel afgewezen, omdat zij onvoldoende heeft aangetoond dat de auto niet voldeed aan de verwachtingen die bij de koopovereenkomst hoorden. De rechtbank oordeelde dat de auto intensief was gebruikt en dat de problemen die zich voordeden niet wezenlijk waren voor de non-conformiteit. De rechtbank concludeerde dat Bluetextiel niet kon volstaan met algemene stellingen over terugkerende problemen zonder deze te specificeren. De vorderingen van Bluetextiel werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten, die zijn begroot op € 7.031,00.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
zaak- / rolnummer: C/09/685396 / HA ZA 25/431
Vonnis van 19 november 2025
in de zaak van
BLUETEXTIEL B.V.te Oudenbosch
,
eiseres in conventie, verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,
advocaat: mr. A.J.W. Raas te Breda,
tegen
[bedrijf] B.V.te [vestigingsplaats] ,
gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie,
advocaat: mr. D.A. Molier te Zeist.
Partijen worden hierna Bluetextiel en [bedrijf] genoemd.

1.Waar gaat deze zaak over?

1.1.
[bedrijf] heeft een nieuwe auto (merk Mercedes) aan Bluetextiel verkocht en geleverd voor € 98.188,36 (incl. btw). Volgens Bluetextiel herhaaldelijk sprake van diverse problemen met de auto en was deze ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst non-conform. Op 31 juli 2024 heeft Bluetextiel [bedrijf] geschreven de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. In de onderhavige procedure vordert Bluetextiel een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst voor de auto buitengerechtelijk is ontbonden en terugbetaling van het aanschafbedrag, op grond van artikel 7:17 BW (non-conformiteit).
1.2.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de vorderingen van Bluetextiel moeten worden afgewezen. De rechtbank licht die beslissing hierna toe.

2.De procedure

2.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 9 mei 2025 met producties 1 t/m 5;
- de conclusie van antwoord, tevens eis in voorwaardelijke reconventie, van [bedrijf] van 30 juni 2025 met producties 1 en 2;
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie van Bluetextiel van 12 augustus 2025;
- de akte aanvullende producties, tevens akte wijziging/vermeerdering van eis van Bluetextiel van 19 september 2025, met producties 6 tot en met 7B.
2.2.
Op 30 september 2025 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken.

3.De feiten

3.1.
Op 29 januari 2020 heeft Bluetextiel (via een leaseconstructie) bij [bedrijf] een nieuwe elektrische auto van het merk Mercedes gekocht (Mercedes-Benz EQC 400 4Matic, hierna: de auto), voor een bedrag van € 98.188,36 (incl. btw). Bluetextiel heeft een lager bedrag aan [bedrijf] betaald, omdat een auto is ingeruild. De auto is op
20 mei 2020 aan Bluetextiel geleverd.
3.2.
De auto is vervolgens door Bluetextiel intensief gebruikt. Tussen 2020 en 2024 is er ruim 150.000 km mee gereden.
3.3.
Vanaf de aflevering tot 5 juli 2024 is de auto zesmaal bij [bedrijf] in onderhoud of reparatie geweest voor drie zogeheten kleine onderhoudsbeurten en drie grote onderhoudsbeurten. Daarnaast waren er herhaaldelijk problemen waarvoor reparatie nodig was. Gedurende de eerste twee jaar na aankoop werden reparaties kosteloos (onder garantie) uitgevoerd.
3.4.
Tussen 17 juli 2024 en 1 oktober 2024 heeft [bedrijf] onderzoek gedaan naar problemen met de accu van de auto. [bedrijf] heeft deze accu kosteloos vervangen en in deze periode eveneens kosteloos vervangend vervoer aan Bluetextiel ter beschikking gesteld.
3.5.
Op 31 juli 2024 heeft (de toenmalige advocaat van) Bluetextiel de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Bluetextiel schreef onder meer:
“Op dit moment zijn er wederom (ernstige) gebreken aanwezig. Op dit moment doen de volgende gebreken zich voor:
1. De rem assistent werkt niet (wat uiteraard levensgevaarlijk kan zijn)
2. Het aandrijfvermogen is slecht (de Mercedes komt niet meer goed op snelheid)
3. Het bereik is van 330 km naar 150 km gezakt bij een volle accu
Deze gebreken hoeft cliënte uiteraard niet te verwachten van een gloednieuwe auto van iets meer dan 4 jaar oud. Duidelijk is dus dat er sprake is van non-conformiteit en dat u tekort bent geschoten in de verplichtingen van de overeenkomst. En u hebt ook al meermaals geprobeerd deze gebreken voor cliënt te herstellen. Duidelijk is dat u daardoor momenteel in verzuim bent te komen verkeren.”
3.6.
[bedrijf] heeft vervolgens aangeboden de auto terug te nemen tegen een nader te bepalen waarde. Bluetextiel ging daarmee niet akkoord.
3.7.
De auto heeft vervolgens op 27 maart 2025 bij [bedrijf] nog een onderhoudsbeurt gekregen. De kilometerstand bedroeg toen 174.140 km. De auto is tot op heden bij (en in gebruik van) Bluetextiel.

4.Het geschil in conventie en (voorwaardelijke) reconventie

4.1.
Bluetextiel vordert – zakelijk weergegeven en na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. voor recht verklaart dat de koopovereenkomst tussen Bluetextiel en [bedrijf] ter zake de auto met ingang van 31 juli 2024 – althans op een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum – is ontbonden;
II. [bedrijf] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 98.188,36,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
subsidiair
III. de koopovereenkomst tussen Bluetextiel en [bedrijf] te ontbinden met veroordeling van [bedrijf] tot betaling van € 98.188,36,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;
zowel primair als subsidiair
IV. [bedrijf] te veroordelen tot betaling van € 1.756,88 aan buitengerechtelijke incassokosten;
V. alles met veroordeling van [bedrijf] in de (na)kosten, met rente.
4.2.
Bluetextiel legt daaraan – samengevat – ten grondslag dat de auto op grond van artikel 7:17 BW bij het aangaan van de koopovereenkomst non-conform was. Er zijn structurele problemen met de software en accu, die zich al kort na de aankoop/levering vertoonden, waardoor de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Al bij 532 km op de teller, kwamen de eerste problemen naar voren. Bluetextiel zag zich continu geconfronteerd met grote en kleine problemen, waarvoor reparaties nodig waren. Een deel van de problemen is weliswaar opgelost, maar telkens deden zich weer (vaak dezelfde) problemen voor. Van Bluetextiel kon niet worden verwacht dat zij [bedrijf] opnieuw in de gelegenheid zou stellen de auto te repareren, nadat de bestuurder ervan op
9 juli 2024 opnieuw was gestrand. Gelet op het feit dat de auto nieuw is aangeschaft, voor een hoge prijs, mocht Bluetextiel afwezigheid van dergelijke problemen verwachten.
4.3.
[bedrijf] voert verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Bluetextiel in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en wettelijke rente.
4.4.
[bedrijf] vordert - zakelijk weergegeven - in voorwaardelijke reconventie, in het geval de vorderingen van Bluetextiel (deels) worden toegewezen, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. Bluetextiel veroordeelt om binnen 12 uur na betekening van het door de rechtbank te wijzen vonnis de auto bij [bedrijf] af te geven op straffe van een dwangsom;
II. Bluetextiel veroordeelt tot een gebruiks- en/of schadevergoeding;
III. Bluetextiel veroordeelt in de (na)kosten, met rente.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Bluetextiel de in januari 2020 tussen partijen gesloten koopovereenkomst in juli 2024 mocht ontbinden omdat de auto – een nieuwe, elektrische auto uit het hogere prijssegment – niet aan de verwachtingen van Bluetextiel voldeed. Ten tijde van het kenbaar maken van de wens tot buitengerechtelijke ontbinding had Bluetextiel inmiddels meer dan 150.000 kilometer met de auto gereden.
5.2.
De overeenkomst tussen partijen is een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW. Bluetextiel heeft de auto als consument gekocht van [bedrijf] als handelaar. Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Volgens artikel 7:17 lid 2 BW beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.
5.3.
Vooropgesteld wordt dat vast staat dat een deel van de problemen met de auto (kosteloos) is opgelost. Op grond van die problemen – die niet nader door Bluetextiel zijn gespecificeerd – kan niet worden geconcludeerd dat sprake is van non-conformiteit.
5.4.
Bluetextiel heeft verder gesteld dat zich ‘telkens weer, vaak dezelfde, problemen’ voordeden. Het zou gaan om structurele gebreken aan met name elektronische onderdelen. Gelet op de veelheid en ernst van de gebreken zou er volgens Bluetextiel iets fundamenteel mis moeten zijn met de auto. [bedrijf] heeft betwist dat sprake is geweest van terugkerende of structurele gebreken. Volgens [bedrijf] is de auto intensief gebruikt en zijn telkens alle klachten opgelost. De rechtbank overweegt dat Bluetextiel heeft nagelaten deze gestelde terugkerende of structurele problemen te specificeren, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Bluetextiel kan niet volstaan met het overleggen van een stapel werkplaatsbonnen en -facturen en de enkele (veronder)stelling dat er iets fundamenteel mis met de auto moet zijn geweest. Bluetextiel heeft ook geen (deskundigen)rapport overgelegd om haar stelling te onderbouwen. Dat naast de reguliere onderhoudsbeurten regelmatig reparaties nodig waren is op zichzelf niet voldoende om non-conformiteit aan te nemen, met name omdat de problemen telkens zijn opgelost en de reparaties kosteloos zijn uitgevoerd, waarbij ook (kosteloos) vervangend vervoer is verstrekt. De enkele stelling dat zich ‘telkens weer, vaak dezelfde, problemen’ voordeden, kan niet tot het oordeel leiden dat sprake is van non-conformiteit.
5.5.
Ten aanzien van de door Bluetextiel in de onder 3.5 bedoelde brief genoemde problemen (met de rem assistent, het aandrijfvermogen en verminderd bereik) overweegt de rechtbank als volgt. De auto was op dat moment ruim twee jaar door Bluetextiel intensief gebruikt. Een gebrek aan de rem assistent is niet een zodanig ernstig probleem dat dit het oordeel non-conformiteit rechtvaardigt. Bovendien heeft [bedrijf] onweersproken gesteld dat de rem assistent na een softwareupdate weer naar behoren functioneerde. [bedrijf] heeft ook onweersproken gesteld dat de problemen met het aandrijfvermogen en bereik met het (kosteloos) plaatsen van een nieuwe accu zijn opgelost. Gelet op het tijdsverloop en het intensieve gebruik van de auto – inmiddels was er ruim 150.000 km mee gereden – is onvoldoende aangetoond dat de auto als gevolg van deze problemen op het moment van aflevering non-conform was.
5.6.
Bluetextiel heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat sprake is van een gelijke situatie als in het vonnis met vindplaats ECLI:NL:RBGEL:2025:2371. De rechtbank overweegt als volgt. In dat vonnis is geoordeeld dat een veelheid van kleinere problemen bij een nieuwe auto (nieuw in de zin van niet gebruikt) kan leiden tot de slotsom dat sprake is van non-conformiteit. De rechtbank is van oordeel dat de verwijzing naar dit vonnis niet tot een ander oordeel leidt. In voornoemde zaak was sprake van andere omstandigheden; het ging het om een auto met een aanzienlijk hogere nieuwprijs (van ongeveer twee ton in plaats van een ton), waarmee aanzienlijk korter (anderhalf jaar in plaats van vier jaar) en minder kilometers (50.000 in plaats van 150.000) was gereden alvorens de koopovereenkomst buitengerechtelijk werd ontbonden. Bovendien blijft gelden dat Bluetextiel in het onderhavige geval heeft nagelaten de door haar gestelde terugkerende of structurele grotere en kleinere problemen te specificeren, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. Bluetextiel kan zoals hiervoor is overwogen niet volstaan met de enkele (veronder)stelling dat er iets fundamenteel mis met de auto moet zijn geweest.
5.7.
De conclusie luidt dat het beroep op non-conformiteit door Bluetextiel niet slaagt.
Haar vorderingen worden daarom afgewezen. De voorwaardelijk ingestelde reconventionele vorderingen van [bedrijf] behoeven gelet daarop geen bespreking meer.
5.8.
Bluetextiel is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [bedrijf] worden begroot op:
- griffierecht € 2.995,00
- salaris advocaat € 3.858,00 (€ 1.929,00 x 2, tarief V)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 7.031,00

6.De beslissing

De rechtbank
6.1.
wijst de vorderingen van Bluetextiel af;
6.2.
veroordeelt Bluetextiel in de proceskosten, tot op heden begroot op
€ 7.031,00, te betalen aan [bedrijf] binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Bluetextiel niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Bluetextiel € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
6.3.
veroordeelt Bluetextiel tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
6.4.
verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. de Keuning
,rechter, bijgestaan door mr. J.R. Kist, griffier
,en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.