Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overweegt dat de asielaanvraag niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat een andere lidstaat verantwoordelijk is. De overdracht aan België moet binnen een bepaalde termijn plaatsvinden, maar het beroep zal waarschijnlijk niet binnen die termijn worden behandeld. Daarom is onverwijlde spoed aanwezig.
De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker om de uitspraak op zijn beroep in Nederland af te wachten zwaarder dan het belang van de minister om verzoeker eerder over te dragen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen en het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €907. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt geschorst.