ECLI:NL:RBDHA:2025:21989
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod wegens onvoldoende onderbouwing en gevaar openbare orde
Eiser, een Surinaamse nationaliteit, diende op 29 november 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Hij stelde dat hij vanwege problemen met de ex-vriend van zijn vriendin, die haar had vermoord en hem ook had beschoten, bescherming zocht. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, mede vanwege het opleggen van een inreisverbod van twee jaar.
De rechtbank oordeelde dat het tweede asielmotief onvoldoende was onderbouwd. Eiser had geen objectieve documenten kunnen overleggen en zijn verklaringen waren wisselend en niet samenhangend. Ook had hij zijn asielaanvraag niet spoedig na binnenkomst ingediend en gebruikte hij een alias, wat zijn geloofwaardigheid aantastte.
Daarnaast vormde eiser een actueel gevaar voor de openbare orde, gezien eerdere veroordelingen voor mishandeling en huiselijk geweld, waarvoor hij gevangenisstraffen had gekregen. Het opgelegde inreisverbod werd niet in strijd geacht met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat de relatie met zijn partner niet voldoende was onderbouwd en er een contactverbod van toepassing was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag en het opgelegde inreisverbod.