Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:22007

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
NL25.44685
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vreemdelingenwet 2000ECLI:EU:C:2022:858
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een maatregel van bewaring die op 8 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2025 behandeld, waarbij eiser werd bijgestaan door een gemachtigde en een tolk aanwezig was.

De rechtbank constateert dat eiser geen concrete beroepsgronden heeft aangevoerd tegen de maatregel. Daarom beperkt zij haar beoordeling tot een ambtshalve toetsing van de rechtmatigheid van de bewaring, zoals voorgeschreven door het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858).

Na deze toetsing concludeert de rechtbank dat er geen aanwijzingen zijn dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is geweest tot het moment van sluiting van het onderzoek. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.

De uitspraak is gedaan door rechter F.A. Groeneveld en bekendgemaakt op 29 september 2025. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44685

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S.L. Sarin),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).

Procesverloop

Bij besluit van 8 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 24 september 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen H. Jafoute. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Ambtshalve toetsing
1. De rechtbank stelt vast dat eiser geen beroepsgronden heeft aangevoerd tegen de maatregel van bewaring. De toetsing door de rechtbank is daarom beperkt tot een ambtshalve toetsing van de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring, zoals die volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858). Met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig is geweest.
Conclusie en gevolgen
2. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.