ECLI:NL:RBDHA:2025:22029
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 21 november 2025 beslist over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van zijn aanvraag door de Minister van Asiel en Migratie. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was omdat het griffierecht niet tijdig was voldaan.
De griffier had verzoeker bij aangetekende brief van 22 oktober 2025 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht van €194 binnen twee weken te betalen. De brief werd op 24 oktober 2025 bezorgd en ontvangst werd bevestigd. Verzoeker heeft echter nagelaten het griffierecht te betalen.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.