ECLI:NL:RBDHA:2025:22036
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenzaak over uitstel van vertrek
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om geen uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet. Dit verzoek volgde op de afwijzing van zijn asielaanvraag en het ongegrond verklaren van zijn bezwaar tegen het besluit van 8 september 2022.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de behandeling van de beroepszaak op 6 oktober 2025 behandeld. Inmiddels heeft de rechtbank op 21 november 2025 uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.