ECLI:NL:RBDHA:2025:22045
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Nigeriaanse eiser wegens ongeloofwaardigheid relaas
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, verzocht op 9 juli 2024 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees dit verzoek op 11 juni 2024 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van belangrijke elementen uit zijn verhaal, waaronder het overlijden van twee jongens bij een brandstichting in een tempel en de gijzeling en dood van zijn moeder.
De rechtbank behandelde het beroep op 15 oktober 2025 en oordeelde dat de minister terecht het overlijden van de twee jongens en de gijzeling van de moeder ongeloofwaardig achtte. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd en vertoonde tegenstrijdigheden in zijn verklaringen, onder meer over het telefonisch contact over de brand en de wijze waarop hij van de gijzeling hoorde.
De rechtbank stelde vast dat de minister juist had gehandeld door alleen de gehoren te betrekken waarbij rekening was gehouden met de medische toestand van eiser. De foto’s en video’s ter ondersteuning van de gijzeling werden niet als objectief bewijs erkend. Ook het voordeel van de twijfel werd niet toegekend omdat eiser niet in grote lijnen als geloofwaardig kon worden beschouwd.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.