ECLI:NL:RBDHA:2025:22052

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/09/690414 / JE RK 25-1473
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging

De rechtbank Den Haag heeft op 21 oktober 2025 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen voor de duur van een jaar. De kinderen wonen bij hun moeder, die belast is met het ouderlijk gezag. De gecertificeerde instelling heeft verzocht om verlenging vanwege aanhoudende problemen zoals agressie, taalontwikkelingsproblemen en gedragsproblemen bij de kinderen.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gehoord. De moeder heeft ingestemd met het verzoek en werkt samen met diverse hulpverleningsinstanties. De kinderen worden begeleid door verschillende organisaties en er is sprake van een complex hulpverleningsnetwerk gericht op het wegnemen van ontwikkelingsbedreigingen.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkelingsbedreigingen nog niet volledig zijn weggenomen en dat de hulpverlening en het toezicht noodzakelijk blijven. Ook wordt rekening gehouden met de mogelijke impact van de (stief)vader die binnenkort uit detentie kan vrijkomen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd tot 25 oktober 2026 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/690414 / JE RK 25-1473
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
- [minderjarige 3]geboren op [geboortedatum 3] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 3] ,
- [minderjarige 4]geboren op [geboortedatum 4] 2021 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen: [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 augustus 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam 1] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn erkend door [naam 2] .
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
2.3.
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 oktober 2024 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] onder toezicht gesteld tot 25 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben allebei problemen met boosheid en agressie, onder meer naar elkaar. Beide meiden worden onderzocht op dyslexie. [minderjarige 3] heeft een taalontwikkelingsprobleem. [minderjarige 4] heeft moeite met accepteren van het woord ‘nee’. Hij heeft recent op de dagbesteding anderen gebeten en met spullen naar begeleiders gegooid. Onderzocht moet worden waar dit gedrag vandaan komt, omdat dit thuis niet wordt gezien. [minderjarige 4] gaat nu vijf dagen in de week naar Gemiva. Hij staat op een wachtlijst voor een dagbehandelgroep van Jeugdformaat. Daarnaast is Coach’EmUp betrokken bij het gezin en zal deze organisatie gaan begeleiden in de onderlinge relatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De moeder heeft het afgelopen jaar met de hulpverlening gewerkt aan de gestelde doelen. De moeder heeft voldoende en gezond eten voor de kinderen in huis. Het huis is opgeruimd en schoongemaakt. De kinderen is met pictogrammen duidelijk gemaakt dat zij afval moeten weggooien. De kinderen komen minder te laat op school. De moeder heeft een neurologische disharmonie, waardoor zij wel dingen kan plannen maar vervolgens niet altijd kan uitvoeren. VUHP en de moeder hebben met behulp van GGZ Reflection gekeken hoe de moeder het beste kan plannen en ook tijd voor zichzelf overhoudt. Het afgelopen jaar hebben VUHP, GGZ Reflection en de zus van de moeder, de moeder ondersteund en geholpen in het brengen van ritme, structuur en begrenzing van de kinderen. De moeder heeft wekelijkse gesprekken met HouVast over hoe het gaat en waar zij hulp bij nodig heeft. De ontwikkelingsbedreigingen zijn nog niet volledig weggenomen. Het komende jaar wil de gecertificeerde instelling de kinderen aanmelden voor diagnostiek en voor hulpverlening met betrekking tot hun emotieregulatie. Ook moet er worden gezocht naar een passende behandelgroep voor [minderjarige 4] . Daarnaast moet worden gekeken welke rol de (stief)vader in het leven kan spelen van de kinderen op een manier die niet schadelijk voor hen is.

4.Het standpunt van de belanghebbende

4.1.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. Sinds de vaste jeugdbeschermer betrokken is gaat het beter in het gezin en kan de moeder hulp vragen aan de jeugdbeschermer wanneer zij die nodig heeft. De moeder is blij met de vooruitgang die zij het afgelopen jaar heeft gemaakt. Desgevraagd heeft de moeder verklaard dat de (stief)vader in België vastzit en dat hij een aanmelding heeft gedaan voor vrijlating. Het kan een aantal maanden duren voordat hij vrijkomt. Hij mag bellen met de kinderen en is in de zomer met hen, de moeder en de jeugdbeschermer naar het strand geweest. De bezoekmomenten zullen na zijn vrijlating opgebouwd moeten worden.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er bij alle vier de kinderen sprake is van kind-eigen problematiek die hen belemmert in hun ontwikkeling. Er is in het afgelopen jaar hulpverlening ingezet en het komend jaar zal dat ook het geval zijn, nog meer gericht op de kinderen om de ontwikkelingsbedreigingen weg te nemen. De moeder is bereid om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen met vrijwillige hulpverlening, maar zij is hier niet altijd toe in staat. Daar komt bij dat voor elk van de kinderen gerichte hulp ingezet moet worden en de moeder daar ondersteuning en expertise van de jeugdbeschermer bij nodig heeft. De jeugdbeschermer zal regie voeren op de individuele hulpverleningstrajecten van de kinderen.
De komende periode zal de (stief)vader waarschijnlijk uit detentie komen. Gelet op de gebeurtenissen uit het verleden is de verwachting dat dit druk op de opvoedsituatie bij de moeder zal leggen. Het is noodzakelijk dat de jeugdbeschermer naast de moeder kan blijven staan en haar en de kinderen ondersteunt waar dat nodig is. In de loop van het komend jaar zal de jeugdbeschermer ook, in samenwerking en overleg met de moeder, moeten onderzoeken hoe de omgang tussen de (stief)vader en de kinderen het beste zal kunnen worden vormgegeven.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] tot 25 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier. De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 14 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.