Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:22054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2025
Publicatiedatum
21 november 2025
Zaaknummer
C/09/691216 / JE RK 25-1562
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens bedreigde ontwikkeling

De rechtbank Den Haag heeft op 21 oktober 2025 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2017 en 2018, voor de duur van een jaar. De kinderen wonen bij hun moeder, die belast is met het ouderlijk gezag over de jongste, terwijl beiden onder gezag van de vader en moeder vallen. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege zorgen over huiselijk geweld, kindermishandeling en de opvoedsituatie.

De kinderen vertonen ontwikkelingsproblemen; de oudste heeft een licht verstandelijke beperking en de jongste kampt met schoolproblemen en mogelijk dyslexie. De onderlinge dynamiek tussen de kinderen is problematisch, waarbij de jongste dominant gedrag vertoont en de oudste zich terugtrekt. De moeder kan onvoldoende aansluiten bij de opvoedbehoeften, wat intensieve ondersteuning vereist. Contact met de vader was sinds december 2023 niet mogelijk, maar is recent hersteld.

De kinderrechter acht de bedreigingen voor de ontwikkeling ernstig en onverminderd aanwezig, en concludeert dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende is. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd, met de verklaring van onmiddellijke uitvoerbaarheid. De beslissing is openbaar uitgesproken door kinderrechter M.H. Rochat en griffier M.I. Klijn. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/691216 / JE RK 25-1562
Datum uitspraak: 21 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [minderjarige 1]geboren op [geboortedatum 1] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2]geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. C.I. Zaad te Den Haag,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. F. Arslan te Den Haag.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 september 2025;
- de brief van de gecertificeerde instelling van 18 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. [minderjarige 1] heeft, in aanwezigheid van haar zusje [minderjarige 2] , een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn erkend door de vader.
2.2.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
2.3.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] .
2.4.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 oktober 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 23 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. De kinderen zijn in het verleden veelvuldig getuige geweest van huiselijk geweld tussen hun ouders en er zijn zorgen geweest over kindermishandeling. De gecertificeerde instelling maakt zich verder zorgen of de moeder voldoende in staat is om aan te sluiten bij de opvoedbehoeften van de kinderen. [minderjarige 1] heeft een licht verstandelijke beperking en een ontwikkelingsachterstand. [minderjarige 2] zoekt, als enige van het gezin zonder licht verstandelijke beperking, meer aansluiting en ervaart daarin ook belemmeringen. Het is lastig voor de moeder om aan te sluiten bij [minderjarige 2] . [minderjarige 2] heeft wel moeite om mee te komen op school en zal een jaar doubleren. Mogelijk is er sprake van dyslexie. Ook zijn er zorgen over de relatie tussen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . [minderjarige 2] vertoont dominant gedrag en [minderjarige 1] verplaatst zich dan naar de achtergrond.
Het is van belang dat de moeder intensieve ondersteuning krijgt bij de opvoeding en verzorging van de kinderen, zodat zij beter bij hun behoeften kan aansluiten en er meer zicht komt op de opvoedsituatie. Sinds de vaste jeugdbeschermer betrokken is, heeft de nieuwe jeugdbeschermer gewerkt aan het creëren van een goede samenwerkingsrelatie met de moeder. De jeugdbeschermer is op huisbezoek geweest. De nieuwe partner van de moeder wil geen tot weinig contact met hulpverleners, waardoor en onvoldoende zicht is op zijn rol in de veiligheid van de kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben sinds december 2023 geen contact gehad met de vader, omdat dit niet mocht van de moeder. Het is echter wel in het belang van de identiteitsontwikkeling van de kinderen dat zij onbelast contact kunnen hebben met beide ouders. Op 20 augustus 2025 heeft het eerste omgangsmoment tussen de vader en de kinderen plaatsgevonden.

4.De standpunten van de belanghebbenden

4.1.
Door en namens de moeder is geen uitdrukkelijk standpunt ingenomen over het verzochte. Desgevraagd heeft de moeder te kennen gegeven dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] soms met elkaar botsen vanwege het verschil in hun niveau. [minderjarige 2] is intelligenter en wil alles zeggen en doen.
4.2.
Door en namens de vader is ingestemd met het verzochte. De kinderen betekenen alles voor de vader en hij zou ze graag vaker willen zien. Namens de vader is aangevoerd dat de ondertoezichtstelling helpend is om de moeder te bewegen om de omgangsafspraken na te komen en mogelijk ook om de omgang uit te breiden. Het is belangrijk dat de kinderen opgroeien in een omgeving waar zij veilig zijn en in de gelegenheid worden gesteld om zich te ontwikkelen. Het is belangrijk dat ervoor gewaakt wordt dat [minderjarige 2] , vanwege haar intelligentie, een andere rol krijgt in het gezin en te veel belast wordt. Omdat zij dingen sneller begrijpt, kan zij op een gegeven moment dominanter worden en de ouderrol of zorgtaken op zich gaan nemen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderen hebben een belast verleden. Bij [minderjarige 1] is sprake van kind-eigen problematiek. Zij loopt achter in haar ontwikkeling en heeft een licht verstandelijke beperking. [minderjarige 2] heeft moeite met het meekomen op school. Beide kinderen worden ook belast door de opvoedsituatie waarin zij verblijven. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben ieder op verschillende wijze veel individuele aandacht nodig. Daarnaast vormt hun onderlinge dynamiek in toenemende mate een bedreiging voor hun ontwikkeling. [minderjarige 1] verdwijnt meer naar de achtergrond als gevolg van de toenemende dominante houding van [minderjarige 2] , die versterkt wordt door het verschil in intelligentie. [minderjarige 2] heeft juist begrenzing nodig en die krijgt zij thuis onvoldoende. Dit vergt bovengemiddelde opvoedvaardigheden en de moeder kan daaraan niet voldoen. De ontwikkelingsbedreigingen bij de kinderen kunnen niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening. De vader en de moeder zijn (nog) niet in staat om met elkaar te communiceren. Daarnaast is het belangrijk dat de kinderen contact hebben met hun vader, hetgeen actieve inzet, organisatie en communicatie en stabiele begeleiding vergt waartoe de moeder (vooralsnog) niet in staat is. De moeder vindt het daarbij lastig om hulpverlening te vertrouwen.
Bij deze omstandigheden is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De jeugdbeschermer moet betrokken blijven om regie te voeren op de hulpverlening, om meer zicht te krijgen op de opvoedsituatie bij de moeder, en om regie te voeren bij de omgang met de vader. Er moet intensieve opvoedondersteuning ingezet worden voor de moeder, met bijzondere aandacht voor wat beide kinderen zowel individueel als in de onderlinge dynamiek nodig hebben. Waar [minderjarige 1] vooral behoefte heeft aan hulp en ondersteuning, heeft [minderjarige 2] meer begrenzing en stimulans nodig.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 23 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2025 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier. De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 17 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.