ECLI:NL:RBDHA:2025:22096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 16 oktober 2025 waarbij een vrijheidsontnemende maatregel werd opgelegd op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Zij voerde aan dat de maatregel onevenredig bezwarend is vanwege haar medische klachten, waaronder diabetes, hoge bloeddruk, hoofdpijn en psychische problemen.
De rechtbank heeft tijdens de zitting op 13 november 2025 het verzoek van eiseres om een nadere termijn voor het indienen van haar medische dossier toegewezen. Na bestudering van het dossier en de medische situatie oordeelt de rechtbank dat de medische omstandigheden geen reden vormen om af te zien van de vrijheidsontnemende maatregel. Eiseres wordt adequaat behandeld in het detentiecentrum en er zijn geen bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en het grensbewakingsbelang zwaarder weegt dan de door eiseres aangevoerde bezwaren. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.