ECLI:NL:RBDHA:2025:22105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf op grond van niet voldoen aan jongvolwassenenbeleid
Eiseres, een Syrische jongvolwassene, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland bij haar moeder, die sinds 2021 een asielstatus heeft. De minister wees de aanvraag af omdat eiseres niet onder het jongvolwassenenbeleid valt, met name omdat de gezinsband door het ontbreken van samenwoning sinds 2012 als verbroken werd beschouwd.
Eiseres betwistte dit en stelde dat zij in 2018-2019 wel samenwoonde met haar moeder, onderbouwd met een verklaring van een wijkhoofd. De rechtbank oordeelde echter dat de verklaringen van de moeder tegenstrijdig waren en onvoldoende onderbouwd, mede doordat er geen bewijs was van een gezinsherenigingsprocedure met de vader in Duitsland. Ook werd gewezen op het ontbreken van eerdere verklaringen over samenwoning en het feit dat de moeder in eerdere asielgehoren verklaarde dat eiseres bij haar vader woonde.
De rechtbank concludeerde dat de minister terecht heeft geoordeeld dat het samenwonen niet aannemelijk is gemaakt en dat eiseres daarom niet voldoet aan de cumulatieve voorwaarden van het jongvolwassenenbeleid. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van samenwoning.