ECLI:NL:RBDHA:2025:22111
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier met het verblijfsdoel arbeid als zelfstandige voor langdurig ingezetene. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 22 augustus 2024 afgewezen. Op bezwaar heeft de minister bij besluit van 5 december 2024 de afwijzing gehandhaafd.
Verzoeker heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tevens een voorlopige voorziening verzocht. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met de bodemzaak op 22 juli 2025 behandeld.
Gezien de uitspraak op de bodemzaak (zaaknummer NL24.52099) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan op 27 augustus 2025 en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de bodemzaak is beslist.