ECLI:NL:RBDHA:2025:22114
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning zelfstandige langdurig ingezetene wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser, een Ghanese langdurig ingezetene van Italië, vroeg een verblijfsvergunning aan om als zelfstandige in Nederland te werken. De minister wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aan de voorwaarden voldeed, onder meer door het ontbreken van een KvK-uittreksel en een onsamenhangend ondernemingsplan.
Eiser diende in de bezwaarfase geen aanvullende stukken in en overwoog dat hij op advies van derden aannam dat het niet uitmaakt van welke onderneming een KvK-uittreksel wordt overlegd. Hij stelde dat hij tijdens een hoorzitting dit had kunnen toelichten, maar de minister zag geen aanleiding voor een hoorzitting vanwege het ontbreken van nieuwe gronden.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om stukken in te dienen en dat het late overleggen van aanvullende stukken in beroep in strijd is met de goede procesorde. De rechtbank verwierp het beroep en stelde dat de minister terecht het bezwaar ongegrond had verklaard en van horen had afgezien. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.