ECLI:NL:RBDHA:2025:22126

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
NL25.26
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van een minderjarige Somalische vreemdeling met vrees voor Al Shabaab

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een minderjarige eiser van Somalische nationaliteit, die vreesde voor vervolging door Al Shabaab. De rechtbank heeft op 10 november 2025 geoordeeld dat de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van eiser terecht als ongegrond heeft afgewezen. Eiser had op 4 november 2022 een aanvraag ingediend, maar de minister vond de verklaringen van eiser over zijn problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig. De rechtbank concludeert dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De rechtbank erkent dat het onderzoek naar adequate opvang in Somalië nog niet is afgerond, waardoor eiser voorlopig niet terug hoeft te keren. De rechtbank heeft de beroepsgronden van eiser, waaronder de inconsistenties in zijn verklaringen en de veiligheidssituatie in Somalië, niet gevolgd. Eiser mag het onderzoek naar opvang in Nederland afwachten, maar zijn beroep is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer:NL25.26 – RECTIFICATIE p. 6

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. G. Ocak),

en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw 20001. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de gestelde problemen van eiser met Al Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig gevonden. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. Omdat het onderzoek naar adequate opvang voor eiser in Somalië door de minister nog niet is afgerond, hoeft hij voorlopig echter nog niet terug te keren. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 4 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2007. De minister heeft met het bestreden besluit van 5 december 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1 Vreemdelingenwet 2000
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, K. Ali als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser stelt dat hij de Somalische nationaliteit heeft en dat hij is geboren op [geboortedatum] 2007. Eiser verklaart dat hij door zijn leraar van de Koranschool naar een afgelegen plek is gebracht waarna hij door mannen van Al Shabaab is meegenomen naar een andere afgelegen plek. Hier heeft eiser een week lang lessen gekregen en video’s gekeken over de ideologie van Al Shabaab. Nadat hij door Al Shabaab als toeschouwer naar een steniging is gebracht, is eiser ontsnapt. Hij heeft een nacht lang gelopen. Met behulp van een man met een auto is eiser teruggegaan naar zijn woonplaats [woonplaats] . De leraar van de Koranschool is in twee of drie dagen tijd nog één keer thuis bij eiser langs geweest om hem te zoeken. De moeder van eiser heeft met vrienden overlegd en is tot de conclusie gekomen dat zijn leven in gevaar is. Zijn moeder heeft ervoor gezorgd dat eiser eerst naar [plaats] , en daarna naar het buitenland kon vluchten. Bij terugkeer naar Somalië vreest eiser gevonden te worden door zijn leraar van de Koranschool en gestraft en vermoord te worden door Al Shabaab.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
- Identiteit, nationaliteit en herkomst;
- Zijn problemen met Al-Shabaab.
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De gestelde problemen met Al Shabaab vindt de minister ongeloofwaardig omdat de verklaringen van eiser daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Volgens de minister heeft eiser op essentiële punten van het relaas summier en deels inconsistent verklaard. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Zijn de gestelde problemen met Al Shabaab geloofwaardig?
5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister zijn problemen met Al Shabaab ten onrechte niet geloofwaardig heeft gevonden. Volgens eiser heeft hij over de kern van zijn relaas consistent verklaard. Zijn verklaringen zijn in lijn met de algemene landeninformatie. Dat eiser op details tegenstrijdig of summier heeft verklaard heeft te maken met zijn jonge leeftijd en het feit dat hij door zijn stressvolle situatie vergeetachtig is. Eiser mist zijn moeder en maakt zich zorgen omdat hij geen contact meer met haar heeft. Daarnaast kunnen de inconsistenties worden verklaard door het feit dat er veel tijd zat tussen het nader gehoor en het aanvullend nader gehoor. Tot slot wijst eiser naar de gronden uit zijn zienswijze.
6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister bij de beoordeling van het asielrelaas onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn referentiekader. De minister heeft in het bestreden besluit gereageerd op de in de zienswijze aangedragen argumenten op dit vlak. Er wordt onderkend dat eiser minderjarig is en dat er daarom niet van hem kan worden verwacht dat hij als een volwassene verklaart. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat de jeugdige leeftijd van eiser ook met zich brengt dat de gestelde problemen niet lang geleden zijn ontstaan. In dat kader heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen hij bijvoorbeeld meer en gedetailleerder had kunnen verklaren over zijn schoolgaande periode. Dat eiser minder consistent heeft kunnen verklaren omdat hij vergeetachtig is, heeft de minister niet bij zijn beoordeling hoeven betrekken omdat dit op geen enkele wijze is onderbouwd met stukken.
7. De rechtbank is – mede in het licht van het voorgaande – van oordeel dat de minister niet ten onrechte heeft overwogen dat de problemen van eiser met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. Anders dan eiser stelt, zien de door de minister tegengeworpen summiere verklaringen en inconsistenties op de kern van het asielrelaas. De minister mocht van eiser verwachten dat hij concreter kon verklaren over wat de Koranleraar hem vertelde over Al Shabaab, over de locatie waar Al Shabaab hem naar toe bracht en over de ideologieën van Al Shabaab waarover hij op die locatie les kreeg. Daarnaast heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat het bevreemding wekt dat eiser tijdens het nader gehoor de namen heeft genoemd van de vier jongens waarmee hij gevlucht is uit het kamp van Al Shabaab, en dat hij in het aanvullend nader gehoor zich geen enkele naam meer kon herinneren. Ten slotte heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard over wie [naam] is. Tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat dit één van zijn klasgenoten is waarmee hij is gevlucht, en tijdens het aanvullend nader gehoor heeft eiser verklaard dat [naam] een oudere buurman is. De minister heeft gelet hierop kunnen concluderen dat de verklaringen van eiser over zijn problemen met Al Shabaab geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. De beroepsgrond slaagt niet.

Terugkeer naar Somalië: reëel risico op ernstige schade?

8. Eiser stelt zich op het standpunt dat hij niet kan terugkeren naar zijn woonplaats [woonplaats] omdat dit gebied in handen is van Al Shabaab. Bij terugkeer naar deze regio loopt eiser een reëel risico om gevangen genomen te worden. Tijdens de zitting heeft eiser dit standpunt genuanceerd, in die zin dat hij erkent dat er in [woonplaats] geen sprake is van een 15c-situatie, maar wel van een hoge mate aan willekeurig geweld. Eiser verwijst in dit kader naar diverse bronnen, waaronder het Algemeen Ambtsbericht over Somalië van april 2025 (AA), waarin staat dat de situatie in de regio is verslechterd ten opzichte van de vorige verslagperiode.
9. De rechtbank volgt dit standpunt van eiser niet. De minister heeft niet ten onrechte overwogen dat de algehele veiligheidssituatie in Somalië niet dusdanig slecht is dat sprake is van de hoogste kwalificatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn. Dit volgt ook uit het AA van 2025. In de regio [regio] is sprake van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. In dat geval is het aan de vreemdeling om aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat die omstandigheden leiden tot een verhoogd risico om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. De minister heeft naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte overwogen dat eiser daarin niet is geslaagd. Zijn gestelde problemen met Al Shabaab zijn ongeloofwaardig bevonden en eiser heeft verder geen omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven voor het aannemen van een dergelijk verhoogd risico. Dat uit het AA 2025 blijkt dat de situatie in de regio is verslechterd, is daarvoor onvoldoende. De beroepsgrond slaagt niet.
Adequaat en voortvarend onderzoek naar opvang in Somalië?
10. Eiser stelt zich op het standpunt dat de minister onvoldoende voortvarend onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang voor eiser bij terugkeer naar Somalië. Uit algemene landeninformatie volgt dat er van overheidswege geen adequate opvang is voor minderjarigen in Somalië. Omdat eiser geen contact meer heeft met zijn moeder of andere familie, kan hij door hen ook niet worden opgevangen. Het is voor eiser onduidelijk welk onderzoek de minister nog zou kunnen doen. Gelet op het arrest T.Q. van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) mag de minister eiser niet onnodig in onzekerheid laten verkeren over zijn verblijfsstatus. Eiser heeft zelf meegewerkt aan het onderzoek naar opvang door een tracingsverzoek in te dienen bij het Rode Kruis, maar dat heeft tot nu toe niks opgeleverd.
11. Uit het arrest T.Q. van het HvJEU2 en de uitspraak van de Afdeling van 8 juli 20223 volgt dat de lidstaten verplicht zijn om vóórdat een terugkeerbesluit wordt genomen, concreet te onderzoeken of er voor de niet-begeleide minderjarige adequate opvang beschikbaar is in het land van terugkeer. Indien die vergewisplicht namelijk pas voor het eerst zou rijzen nadat het terugkeerbesluit is genomen, kan dat volgens het HvJEU leiden tot de situatie dat aan de niet-begeleide minderjarige een terugkeerbesluit is opgelegd, terwijl die minderjarige niet kan worden verwijderd omdat er in het land van terugkeer geen adequate opvang aanwezig is. De minderjarige zou in dat geval in grote onzekerheid komen te verkeren over zijn wettelijke status en toekomst, waaronder zijn opleiding, zijn band met een pleeggezin of de mogelijkheid om in de betrokken lidstaat te blijven. Dat zou onverenigbaar zijn met het belang van het kind. Indien geen adequate opvang in het land van terugkeer voor de niet-begeleide minderjarige aanwezig is, kan geen terugkeerbesluit worden genomen.
12. Uit het beleid van de minister volgt dat een vreemdeling in aanmerking komt voor een buitenschuldvergunning als in het nadere onderzoek binnen drie jaar na de laatste verblijfsaanvraag wordt vastgesteld dat er geen adequate opvang is en er is voldaan aan de overige in paragraaf B8/6.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 genoemde vereisten.
13. Of de minister voldoende voortvarend handelt, vergt volgens de Afdeling een casuïstische beoordeling. Er zal onder meer moeten worden gekeken of er bij het onderzoek vertragende factoren spelen die niet aan de minister kunnen worden toegerekend (denk aan de beperking om informatie op te vragen tijdens de asielprocedure, de veiligheidssituatie in en de toegankelijkheid van het land van terugkeer en de mate waarin de vreemdeling en hulporganisaties medewerking verlenen aan het onderzoek).4
2 Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:9.
3 Zie de uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1530).
4 Zie rechtsoverweging 19.3 van de uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1530).
14. De rechtbank overweegt dat de minister tijdens de gehoren diverse malen aan eiser heeft gevraagd of hij nog contact had met zijn moeder. Tijdens het nader gehoor heeft eiser die vragen bevestigend beantwoord. Tijdens het aanvullend nader gehoor heeft eiser voor het eerst aangegeven dat hij geen contact meer kan krijgen met zijn moeder. Dat de minister tot die tijd ervan is uitgegaan dat eiser naar zijn moeder kon terugkeren als zijn asielaanvraag zou worden afgewezen, vindt de rechtbank niet onbegrijpelijk. Verder blijkt uit het dossier dat de minister onderzoek heeft gedaan naar opvangmogelijkheden voordat het besluit is genomen. De minister heeft tijdens het aanvullend nader gehoor namelijk aan eiser gevraagd om het telefoonnummer van zijn moeder. Hoewel eiser beloofd heeft om dat nummer door te geven, is dat toen kennelijk niet gebeurd. Eiser heeft tijdens datzelfde gehoor ook aangegeven geen contact meer te hebben met zijn oom, bij wie hij tijdelijk verbleef voordat hij vluchtte uit Somalië. In dat gehoor heeft de minister ook gevraagd of eiser al contact had opgenomen met het Rode Kruis om zijn familieleden te traceren. Eiser heeft die vraag ontkennend beantwoord. Uit het dossier blijkt verder dat er na het nemen van de beslissing op de asielaanvraag diverse gesprekken zijn gevoerd met eiser door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V). In die gesprekken is gekeken naar verschillende manieren waarop de familieleden van eiser gezocht zouden kunnen worden. De minister heeft in het besluit en het daarin ingelaste voornemen te kennen gegeven dat het verdere onderzoek naar adequate opvang uiterlijk een jaar na het nemen van het besluit zal zijn afgerond. Die termijn is nog niet verstreken. De rechtbank ziet in deze omstandigheden geen aanleiding voor het oordeel dat het onderzoek onvoldoende voortvarend wordt gedaan. Dat er tot nu toe niks uit dat onderzoek is gekomen, is onvoldoende voor een andere conclusie. De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister voldoende rekening gehouden met de belangen van het kind?

15. Eiser voert aan dat de belangen van het kind onvoldoende bij het besluit zijn betrokken. Terugkeer naar Somalië is volgens hem niet in zijn belang omdat hij kwetsbaar is als minderjarige, geen familie meer heeft in Somalië en Somalië onveilig voor hem is omdat hij door Al Shabaab wordt gezocht. Tijdens de zitting heeft eiser daarnaast benadrukt dat hij hier een opleiding volgt en dat hij die in Somalië niet kan afmaken.
16. De rechtbank ziet in dat wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de minister de belangen van het kind niet voldoende bij het besluit heeft betrokken. Zoals hiervoor is overwogen zijn de problemen van eiser met Al Shabaab ongeloofwaardig bevonden. Dat het desondanks voor eiser te gevaarlijk is om terug te keren, wordt niet gevolgd. Dat eiser zijn opleiding graag wil afmaken vindt de rechtbank begrijpelijk, maar het is niet gebleken dat dit in Somalië niet mogelijk is. Eiser heeft immers verklaard dat hij voor zijn vertrek naar school ging, en de minister heeft tijdens de zitting aangeven dat DT&V hem kan informeren over scholingsmogelijkheden in het land van herkomst. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De minister heeft de aanvraag mogen afwijzen als ongegrond. Eiser mag het onderzoek dat de minister verricht naar adequate opvang voor hem in Somalië in Nederland afwachten. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Kosterman - Meijer, griffier.
griffier rechter
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

10.november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.