Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Beoordeling van de rechtbank
Proceskostenvergoeding
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond; en
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Colombiaanse nationaliteit houdende vreemdeling, kreeg op 12 oktober 2024 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Zij stelde beroep in tegen het inreisverbod, zonder bezwaar te maken tegen het terugkeerbesluit.
De rechtbank heeft het beroep schriftelijk behandeld nadat eiseres en haar gemachtigde hadden aangegeven niet ter zitting te verschijnen. De rechtbank beoordeelde of het inreisverbod terecht was opgelegd en of bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die tot een verkorting of intrekking van het verbod zouden moeten leiden.
Uit het proces-verbaal bleek dat eiseres de gelegenheid had gekregen haar zienswijze te geven, maar zij verklaarde geen bijzondere omstandigheden te hebben. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat eiseres geen nieuwe of bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
Wel werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €907,- wegens de late overlegging van het proces-verbaal en het verzoek van eiseres om vergoeding daarvan. De uitspraak is gedaan door rechter M.E.A. Braeken op 8 september 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het inreisverbod is ongegrond verklaard en de minister is veroordeeld tot betaling van proceskosten.