Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Servische nationaliteit houdende vrouw, heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voorlopig verblijf (mvv) om bij haar partner, de referent, te verblijven. De aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, ondanks vrijstelling voor eiseres wegens haar medische situatie.
Verweerder stelde dat de referent niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van het middelenvereiste, zoals een vijfjarige vrijstelling van de sollicitatieplicht of een indicatie banenafspraak. Eiseres voerde aan dat de bijzondere omstandigheden van de referent, waaronder een traject via de gemeente en een arbeidsovereenkomst, onvoldoende werden meegewogen en dat het familieleven centraal moest staan volgens artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de ex tunc toetsing geldt, waardoor latere arbeidsovereenkomsten niet relevant zijn en dat verweerder terecht een belangenafweging maakte waarbij het economisch belang van Nederland en het restrictieve toelatingsbeleid zwaarder wogen. Ook werd geoordeeld dat het horen in bezwaar terecht werd achterwege gelaten omdat het bezwaar geen ander besluit kon opleveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen aan het middelenvereiste en een juiste belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM.