Eiser, een alleenstaande minderjarige van Ethiopische nationaliteit en lid van de Oromo bevolkingsgroep, diende op 30 juli 2024 een asielaanvraag in. De minister wees deze op 17 juni 2025 af, waarbij onder meer werd geoordeeld dat er in Ethiopië adequate opvang beschikbaar is en dat eiser geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank oordeelt dat de minister het referentiekader van eiser, waaronder zijn minderjarigheid en culturele achtergrond, niet kenbaar heeft betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas. Tevens is onvoldoende gemotiveerd dat er adequate opvang beschikbaar is, mede omdat onvoldoende onderzoek is gedaan naar mogelijke opvang door familie en de geschiktheid van de opvangvoorziening Bright Star.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen vier weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.814,00.