ECLI:NL:RBDHA:2025:22203

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502261:R-RK en NL:TZ:2502263:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord in problematische schuldensituatie

Verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €50.753,35 verdeeld over 27 schuldeisers. Ondanks pogingen tot schuldregeling, waaronder een nulaanbod via de Stadsbank Leiden, stemden enkele schuldeisers niet in met het voorstel. Verzoeker vroeg de rechtbank om het dwangakkoord op te leggen of, bij afwijzing, toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

De rechtbank stelde vast dat de schuldbemiddeling door een bevoegde instantie was uitgevoerd en dat het voorstel goed gedocumenteerd was. Bij de belangenafweging oordeelde de rechtbank dat het onredelijk was dat de weigerende schuldeisers niet instemden, mede omdat het voorstel het maximaal haalbare was, onderbouwd door een arbeidsdeskundig rapport dat aangaf dat verzoeker geen betaald werk meer kan verrichten.

De meerderheid van de schuldeisers, die ruim 64% van de schulden vertegenwoordigen, stemde in met het voorstel. Argumenten van de weigerende schuldeisers, waaronder het betwisten van de goede trouw van hun vordering en het ontbreken van voordeel ten opzichte van de WSNP, werden door de rechtbank verworpen. Het verzoek tot toelating tot de WSNP werd afgewezen omdat het dwangakkoord wordt toegewezen en de WSNP geen toegevoegde waarde biedt.

De rechtbank beveelt verweersters om in te stemmen met de schuldregeling en spreekt de beslissing uit op 25 november 2025.

Uitkomst: De rechtbank legt het dwangakkoord op en wijst het verzoek tot toelating tot de WSNP af.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2502261:R-RK en NL:TZ:2502263:R-RK
vonnis van 25 november 2025
in de zaak van
[verzoeker]
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] ,
tegen
Elbuco B.V., vertegenwoordigd door Deqt B.V.,
gevestigd te Zaltbommel,
hierna: Elbuco,
[verweerster] (oftewel [verweerster] B.V.), vertegenwoordigd door LAVG,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: [verweerster] ,
Vodafone (oftewel Intrum Nederland B.V.), vertegenwoordigd door LAVG,
gevestigd te Utrecht,
hierna: Vodafone,
[verweerder] (handelend onder de naam [handelsnaam] ), vertegenwoordigd door [bedrijfsnaam 1] ,
met een onbekende woon- of vestigingsplaats,
hierna: [verweerder] ,
hierna gezamenlijk: verweersters.
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij de vorderingen door de schuldeisers dienen te worden kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 50.753,35 aan 27 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de Stadsbank Leiden heeft hij voor het laatst op 4 augustus 2025 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
1.2.
Elbuco is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Elbuco van € 2.221,74, dat is 4,39% van de totale schuldenlast.
1.3.
[verweerster] is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan [verweerster] van € 191,41, dat is 0,38% van de totale schuldenlast.
1.4.
Vodafone is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Vodafone van € 2.737,54, dat is 5,41% van de totale schuldenlast.
1.5.
[verweerder] is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan [verweerder] van € 13.009,74, dat is 25,72% van de totale schuldenlast.
1.6.
De overige 23 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.7.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.8.
De rechtbank heeft bepaald uiterlijk 1 december 2025 uitspraak te doen.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam 1] , beschermingsbewindvoerder bij [bedrijfsnaam 2] B.V.,
- [naam 2] , schuldhulpverlener van de Stadsbank Leiden.
2.2.
Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
Elbuco en [verweerder] hebben hun standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.
3.3.
LAVG heeft namens [verweerster] en Vodafone een verweerschrift ingediend.
3.4.
Op de standpunten van [verweerster] , Vodafone en [verzoeker] wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de Stadsbank Leiden. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Immers, uit het arbeidsdeskundig rapport van Salude van 7 mei 2025 blijkt dat de arbeidsdeskundige van oordeel is dat niet reëel is om nog te verwachten dat [verzoeker] ooit nog betaald zou kunnen werken met al zijn beperkingen, leeftijd en het ontbreken van een startkwalificatie.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 64% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters.
Argumenten van [verweerster]
4.8.
LAVG heeft namens [verweerster] nog aangevoerd dat de vordering niet te goeder trouw is ontstaan. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Dat een vordering niet te goeder trouw is ontstaan, betekent niet dat het dwangakkoord niet kan worden toegewezen. Wel kan het gewicht toekennen aan de weigering van [verweerster] . De vordering van [verweerster] beslaat slechts 0,38% van de totale schuldenlast. Het niet te goeder trouw ontstaan van een vordering die zo’n klein percentage van de totale schuldenlast beslaat, weegt niet zwaar genoeg om het dwangakkoord af te wijzen.
Argumenten van [verweerster] en Vodafone
4.9.
LAVG heeft namens [verweerster] en Vodafone nog aangevoerd dat het nulaanbod inhoudt dat er geen voordeel is bij een minnelijke schuldregeling in vergelijking tot de WSNP. De te verwachten uitdeling betreft in beide gevallen 0% en in de WSNP wordt (tenminste) nog door een rechter-commissaris en WSNP-bewindvoerder toezicht op naleving van de verplichtingen gehouden, aldus [verweerster] en Vodafone. De rechtbank overweegt dat in het onderhavige geval niet de verwachting bestaat dat [verzoeker] betaald werk zal kunnen of gaan verrichten. Dat maakt dat (ook) in een wettelijke schuldsaneringsregeling geen sollicitatieverplichting op [verzoeker] zal rusten. Ook is niet gebleken van activa van [verzoeker] die door de schuldhulpverlening zouden zijn gemist en door een WSNP-bewindvoerder gedurende de WSNP te gelde zouden kunnen worden gemaakt. Van een toegevoegde waarde van de WSNP is dan ook geen sprake. Integendeel, de WSNP zal alleen maar tot hoge kosten leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.10.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.