Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. S.H.F. Pols).
Procesverloop
Overwegingen
Bewaringsgronden
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van een Georgische vreemdeling tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De bewaring was opgelegd vanwege vermoedens omtrent verblijf en identiteit, maar werd later opgeheven nadat bleek dat eiser verblijfsrecht in Slowakije had.
Eiser stelde dat de bewaring onrechtmatig was omdat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn verblijfsrecht in Slowakije. De rechtbank oordeelde echter dat de minister voorafgaand aan de bewaring adequaat onderzoek had verricht en dat de maatregel op juiste gronden was gebaseerd, waaronder het gebruik van meerdere aliassen en het overleggen van valse documenten.
De rechtbank concludeerde dat de bewaring niet onrechtmatig was en dat de minister adequaat had gehandeld door het terugkeerbesluit en inreisverbod in te trekken en de bewaring op te heffen toen nieuwe informatie beschikbaar kwam. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.