ECLI:NL:RBDHA:2025:22207

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502291:R-RK en NL:TZ:2502294:R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens problematische schulden en terminale ziekte

Verzoeker verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van €141.779,30 verdeeld over 25 schuldeisers. Met hulp van de gemeente heeft hij een schuldregeling voorgesteld waarbij schuldeisers een deel van hun vordering ontvangen en het restant wordt kwijtgescholden. De meerderheid van de schuldeisers stemde in, maar één schuldeiser, schuldeiseres, weigerde.

De rechtbank heeft op 24 november 2025 de zaak behandeld en beoordeelt dat de schuldbemiddeling correct is uitgevoerd door een bevoegde instantie. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat het onredelijk is dat schuldeiseres weigert in te stemmen met het voorstel, mede omdat verzoeker terminaal is en geen sollicitatieverplichting heeft.

De rechtbank wijst het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord toe en beveelt schuldeiseres mee te werken aan de schuldregeling. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat het dwangakkoord wordt opgelegd. De beslissing is op 25 november 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank legt een dwangakkoord op en beveelt schuldeiseres mee te werken aan de schuldregeling.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2502291:R-RK en NL:TZ:2502294:R-RK
vonnis van 25 november 2025
in de zaak van
[verzoeker]
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] ,
hierna: [verzoeker] ,
tegen
[schuldeiseres] B.V., vertegenwoordigd door BoitenLuhrs Inacsso Gerechtsdeurwaarders,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: [schuldeiseres] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.
[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 141.779,30 aan 25 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de [gemeente] heeft hij voor het laatst op 13 oktober 2025 een schuldregeling aangeboden. Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 12,08% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 6,04%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.
1.2.
[schuldeiseres] is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan [schuldeiseres] van € 19.792,73, dat is 13,96% van de totale schuldenlast.
1.3.
De overige 24 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
1.4.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank [schuldeiseres] dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
1.5.
De rechtbank heeft bepaald uiterlijk 1 december 2025 uitspraak te doen.

2.De procedure

2.1.
De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 24 november 2025. Op deze zitting verschenen:
- [verzoeker] ,
- [naam 1] , schuldhulpverlener van de [gemeente] ,
- [naam 2] , klantbegeleider van de [gemeente] ,
- drie toehoorders van de [gemeente] ,
- de heer [naam 3] namens [schuldeiseres] .

3.Standpunten van partijen

3.1.
[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat [schuldeiseres] het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
3.2.
[schuldeiseres] stemt niet in met de aangeboden schuldregeling om de volgende redenen. De vordering van [schuldeiseres] bestaat niet enkel uit achterstallige huurpenningen, maar ook uit door haar betaalde rente aan de bank, griffierechten, incassokosten, onderhoudskosten en zakelijke lasten van de gemeente. Het instemmen met de aangeboden schuldregeling houdt in dat [schuldeiseres] niet alleen de verschuldigde huurpenningen grotendeels dient kwijt te schelden, maar ook voor voornoemde kosten dient op te draaien. Verder verwacht [schuldeiseres] dat in de WSNP meer toezicht wordt gehouden op de te zijner tijd door [verzoeker] nog na te laten nalatenschap, waarbij niet is uitgesloten dat activa – denk aan de inboedel – te gelde worden gemaakt en daarmee een deel van haar vordering zou kunnen worden voldaan.

4.De beoordeling van de verzoeken

4.1.
De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
4.2.
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat [schuldeiseres] weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de [gemeente] . Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
4.4.
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
4.5.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van [schuldeiseres] en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
4.6.
Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Uit een overgelegd medisch verslag van de arts van de Polikliniek Maag Darm Leverziekten van 24 december 2024 blijkt dat [verzoeker] terminaal is en een geringe levensverwachting heeft. Er rust daarom op [verzoeker] geen sollicitatieverplichting.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
4.7.
De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 86% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van [schuldeiseres] .
4.8.
Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.
Argumenten van [schuldeiseres]
4.9.
De stelling van [schuldeiseres] dat meer toezicht in de WSNP zal leiden tot enige uitkering aan de schuldeisers, is niet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat [verzoeker] in het bezit is van waardevolle activa (inclusief bovenmatige inboedel) die bij verkoop ervan tot enige uitkering aan de schuldeisers zal leiden. Van een toegevoegde waarde van de WSNP is dan ook geen sprake. Integendeel, zoals hiervoor is overwogen zal de WSNP alleen maar tot hoge kosten leiden.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
4.10.
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- beveelt [schuldeiseres] in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.