ECLI:NL:RBDHA:2025:22215

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL25.33862
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om vergoeding van proceskosten in asielzaak na besluit minister

Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek om vergoeding van proceskosten door een asielzoeker. De verzoeker had een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Na het indienen van dit beroep heeft de minister van Asiel en Migratie alsnog een besluit genomen, waarop de verzoeker zijn beroep heeft ingetrokken. In zijn verzoek vroeg de verzoeker de minister te veroordelen in de proceskosten die hij had gemaakt.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister pas na het indienen van het opvolgend beroep een besluit heeft genomen, wat betekent dat de minister tegemoet is gekomen aan de verzoeker. Gezien deze omstandigheden heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister de proceskosten van de verzoeker moet vergoeden. De rechtbank heeft de kosten vastgesteld op € 453,50.

De uitspraak is gedaan door rechter A.G.D. Overmars, in aanwezigheid van griffier A.S. van der Veen. De uitspraak is openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De verzoeker heeft de mogelijkheid om binnen zes weken na de uitspraak een verzetschrift in te dienen als hij het niet eens is met de uitspraak, conform artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.33862

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. I.N. Schalken),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoeker heeft een opvolgend beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoeker heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten. [2]
3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het opvolgend beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoeker tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoeker te betalen.

Conclusie en gevolgen

4. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoeker gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [3]

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.