ECLI:NL:RBDHA:2025:22237

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
NL:TZ:2502173:R-RK en NL:TZ:2502176: R-RK
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwBesluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum WSNP wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van twee verzoekers om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) en om een eerdere ingangsdatum van deze regeling vast te stellen. De verzoekers bevinden zich in een problematische schuldensituatie en werden toegelaten tot de WSNP. De rechtbank lichtte toe dat de WSNP een traject van achttien maanden betreft, waarbij aan strikte verplichtingen moet worden voldaan, waaronder een sollicitatieplicht en aflossingsverplichting.

De verzoekers verzochten de ingangsdatum van de WSNP vast te stellen op 5 november 2024, gebaseerd op een eerste aflossing in het minnelijk traject. De rechtbank oordeelde echter dat niet voldoende was aangetoond dat de verzoekster zich maximaal had ingespannen om werk te vinden, mede omdat zij slechts parttime werkte en ongedateerde screenshots van sollicitatiepogingen overlegde. Tevens ontbraken gegevens om de eerste aflossingsdatum in het minnelijk traject vast te stellen, mede door inconsistenties in de vrij te laten bedrag-berekeningen.

Daarom wees de rechtbank het verzoek tot een eerdere ingangsdatum af en stelde de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 20 november 2025. Tevens werden alle gelegde beslagen opgeheven, een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, en de postblokkade en vergoeding van de bewindvoerder geregeld. De uitspraak werd openbaar gedaan op 20 november 2025.

Uitkomst: Verzoek tot een eerdere ingangsdatum van de WSNP wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van maximale inspanningen en onduidelijkheid over de eerste aflossingsdatum.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANKDEN HAAG
Team Insolventies
rekestnummers: NL:TZ:2502173:R-RK en NL:TZ:2502176: R-RK
vonnis van 20 november 2025
op het verzoek van:
[verzoeker],
[geboortedatum 1] 1984 te [geboorteplaats 1] ( [land] ),
en
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats 2] ( [land] ),
beiden wonende te [postcode 1] [woonplaats 1] , [adres 1] .
hierna: [verzoekers] .
Waar deze zaak over gaat
[verzoekers] bevinden zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor hun schulden te komen hebben [verzoekers] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
[verzoekers] hebben een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 6 november 2025. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekers] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:
- [verzoekers] ,
- [naam 1] en [naam 2] , (schuld)hulpverleners van de [gemeente] .

2.De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.
[verzoekers] kunnen alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevinden en zij te goeder trouw waren bij het ontstaan en onbetaald laten van hun schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekers] aan de verplichtingen van de WSNP zullen voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.
2.2.
[verzoekers] voldoen aan alle eisen en worden toegelaten tot de WSNP.
2.3.
De verplichtingen waaraan [verzoekers] tijdens de WSNP moeten voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.
2.4.
De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekers] .
2.5.
Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekers] zich gedurende die periode houden aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekers] kunnen verhalen.
Ingangsdatum termijn van de WSNP
2.6.
Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.
2.7.
[verzoekers] verzoeken de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 5 november 2024.
2.8.
De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat [verzoekster] zich in het minnelijk traject maximaal heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. [verzoekster] heeft tijdens het minnelijk traject parttime gewerkt, te weten 8 uur per week. Zij heeft op de zitting te kennen gegeven dat het moeilijk is werk te vinden in verband met de zorg voor de kinderen en het ontbreken van opvang voor de kinderen. Met haar verzoek heeft [verzoekster] uitsluitend enkele ongedateerde ‘screenshots’ van bevestigingen van potentiële werkgevers aangeleverd. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank niet voldoende aangetoond dat zij op zoek is (geweest) naar werk. Evenmin heeft zij aangetoond (deels) arbeidsongeschikt te zijn (geweest). Bovendien hebben [verzoekers] onvoldoende gegevens overgelegd waarmee de rechtbank in staat is te bepalen op welke dag de eerste aflossing in het minnelijk traject is gedaan, waarmee duidelijk wordt of voldoende is afgelost/gespaard en op welke dag de eerste aflossing in het minnelijk traject is gedaan. Er ontbreekt namelijk een berekening van het vrij te laten bedrag (Vtlb) over 2024 en in de wél aangeleverde berekeningen van het vrij te laten bedrag over 2025 zijn bedragen opgenomen die afwijken van de aangeleverde specificaties.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregelingen uit ten aanzien van:
[verzoeker],
[geboortedatum 1] 1984 te [geboorteplaats 1] ( [land] ),
en
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats 2] ( [land] ),
voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,
ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder [nummer] ,
gevestigd te [postcode 2] [vestigingsplaats] , [adres 2] ,
beiden wonende te [postcode 3] [woonplaats 2] , [adres 3] ,
- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;
- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 20 november 2025;
- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:
[naam 3] (Sociaal.nl Schuldsanering B.V.)
Postbus 145,
1440 AV Purmerend;
- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoekers] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:
o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
o voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 november 2025.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?
Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.