Uitspraak
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
Rechtbank Den Haag
Verzoeker is sinds maart 2025 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) met een looptijd tot september 2026. De bewindvoerder heeft een verzoek tot tussentijdse beëindiging ingediend omdat verzoeker niet voldoet aan de informatieverplichting, sollicitatieplicht en de verplichting om geen nieuwe schulden te laten ontstaan.
Tijdens de zitting op 6 november 2025 is gebleken dat verzoeker kampt met ernstige persoonlijke problematiek die communicatie met de bewindvoerder en nakoming van verplichtingen belemmert. Verzoeker is zonder geldige reden niet verschenen bij een eerder verhoor en heeft sinds enige tijd geen inkomsten. Zijn aanvraag voor een PW-uitkering is afgewezen, en er zijn nieuwe schulden ontstaan, waaronder een huurachterstand van minstens €4.206,87.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker tekort is geschoten in zijn verplichtingen en dat dit hem te verwijten is. Gezien de ernst van de tekortkomingen wordt de WSNP tussentijds beëindigd. Verzoeker wordt geadviseerd eerst zijn situatie te stabiliseren, bijvoorbeeld door beschermingsbewind, alvorens opnieuw tot de WSNP toe te treden.
De vergoeding van de bewindvoerder wordt vastgesteld op €5.196,48 en eventuele resterende boedelsaldo's dienen te worden verdeeld onder de schuldeisers. Tegen deze uitspraak kan binnen acht dagen hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de WSNP tussentijds wegens niet-nakoming van verplichtingen door ernstige persoonlijke problematiek.