ECLI:NL:RBDHA:2025:22243
Rechtbank Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek WSNP met afwijzing eerdere ingangsdatum wegens onvoldoende inspanning
Mevrouw [naam 1] bevond zich in een problematische schuldensituatie en verzocht toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek op 6 november 2025 en besloot op 20 november 2025 tot toewijzing van het verzoek tot toelating. De rechtbank oordeelde dat mevrouw [naam 1] aan de voorwaarden voldoet, waaronder het te goeder trouw zijn bij het ontstaan en onbetaald laten van schulden en de verwachting dat zij aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
De rechtbank wees het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum van de WSNP af. Mevrouw [naam 1] had verzocht de ingangsdatum te laten beginnen op 1 april 2024, gebaseerd op het minnelijk traject van schuldhulpverlening. De rechtbank stelde echter vast dat niet was gebleken dat zij zich in dat traject maximaal had ingespannen om baten voor schuldeisers te verkrijgen. Zij had niet voldoende sollicitaties verricht en had geen bewijs geleverd van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid. Tevens ontbraken de benodigde gegevens om de eerste aflossingsdatum vast te stellen, zoals een correcte berekening van het vrij te laten bedrag.
De rechtbank stelde de termijn van de WSNP vast op achttien maanden vanaf 20 november 2025. Tevens werden alle gelegde beslagen opgeheven en werd een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder kreeg de opdracht om gedurende dertien maanden de post van mevrouw [naam 1] te controleren en mocht een voorschot op zijn vergoeding nemen. De uitspraak werd openbaar gedaan en er werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen na uitspraak.
Uitkomst: Verzoek tot toelating tot WSNP toegewezen, verzoek tot eerdere ingangsdatum afgewezen wegens onvoldoende inspanning.