Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:22258

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
C/09/690580 / JE RK 25-1494
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van drie minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging door ouderconflicten

De kinderrechter van de Rechtbank Den Haag heeft op 17 november 2025 een beschikking gegeven waarbij drie minderjarige kinderen onder toezicht worden gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland voor de duur van één jaar.

De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar de hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. Er is sprake van ernstige spanningen en conflicten tussen de ouders, met name over hulpverlening en zorgregelingen, die de ontwikkeling van de kinderen bedreigen. Dit leidt tot een ernstig loyaliteitsconflict bij de kinderen, waarbij vooral de oudste dochter zichtbare klachten zoals hoofdpijn, buikpijn en depressies vertoont.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ouders onvoldoende in staat en bereid zijn om vrijwillig en onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen. Daarom is een ondertoezichtstelling noodzakelijk om opvoedondersteuning te bieden, gedragsmatige patronen tussen de ouders te doorbreken en de zorgregeling praktisch te coördineren.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden door belanghebbenden worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag via hoger beroep met tussenkomst van een advocaat.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de drie minderjarige kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming voor de duur van één jaar.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Familie
Zaaksgegevens: C/09/690580 / JE RK 25-1494
Datum uitspraak: 17 november 2025

Beschikking van de kinderrechter

Ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 26 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van:

de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden (hierna: de Raad),

betreffende:
  • [minderjarige 1](hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2](hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 3](hierna: [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ;
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Groenhart-Meerzorg in Leiderdorp.
en

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,
advocaat: mr. T. Dreiling in Leiden,
De kinderrechter merkt als informanten aan:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

de gecertificeerde instelling,
hierna: JBW,
en

mr. D.G.M. van den Hoogen,

in haar hoedanigheid als bijzondere curator over de kinderen.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift, met bijlagen.
Op 20 oktober 2025 heeft de kinderrechter de zaak op de zitting met gesloten deuren behandeld in de vorm van
gecombineerde behandelingmet de verzoeken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (C/09/680260 en FA RK 25-2030). Op die verzoeken wordt bij afzonderlijke beschikking beslist.
Op de zitting zijn verschenen:
  • [naam 1] namens de Raad;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder bijgestaan door mr. F.K. Hartman als waarnemend advocaat;
  • de bijzondere curator via een video-/telefonische verbinding;
  • [naam 2] namens JBW
[minderjarige 1] heeft op 20 oktober 2025 met de kinderrechter gesproken.

Feiten

- De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Bij beschikking van 4 juni 2025 van deze rechtbank, die is hersteld bij beschikking van 18 juli 2025, – voor zover hier relevant – is:
  • de Raad verzocht een onderzoek te verrichten;
  • mr. D.G.M. van den Hoogen benoemd als bijzondere curator over de kinderen;
  • een voorlopige zorgregeling vastgesteld, waarbij de vader iedere woensdag om 18.30 uur met de kinderen belt en de vader contact heeft met de kinderen in een openbare ruimte of plaats, één keer in de veertien dagen op zaterdag, waarbij de vader de kinderen om 11.00 uur bij het [winkelcentrum] bij het speelplekje bij de [naam winkel] ophaalt en daar om 17.00 uur met mogelijk uitloop en in onderling overleg met de moeder om 19.00 uur terugbrengt, en op zondag van 11.00 uur tot 15.00 uur, waarbij de ophaal- en terugbrenglocatie hetzelfde is als voornoemd;
  • aan de moeder toestemming verleend – die de toestemming van de vader vervangt – tot het inschakelen voor hulpverlening voor de kinderen, met uitzondering van hulpverlening aangesloten bij [instantie] ;
  • de behandeling van de overige verzoeken aangehouden tot 1 september 2025 pro forma.

Verzoek en verweer

De Raad verzoekt, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad, om de kinderen onder toezicht te stellen van JBW voor een periode van twaalf maanden.
De moeder en de vader hebben ingestemd met het verzoek, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op de stukken en dat wat op de zitting is besproken, van oordeel dat de in artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor een ondertoezichtstelling aanwezig zijn.
De kinderrechter heeft hierbij in overweging genomen dat de kinderen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Deze ontwikkelingsbedreiging komt onder meer voort uit het gebrek aan onderling vertrouwen tussen de ouders over elkaars opvoedvaardigheden en de immer aanhoudende conflicten en strijd, onder meer over de in te zetten hulpverlening voor de kinderen en (de uitvoering en uitbreiding van) de zorgregeling tussen de vader en de kinderen. De kinderen worden daardoor structureel en reeds langdurig geconfronteerd met spanningen die niet passend zijn bij hun leeftijd. De kinderrechter constateert dat dit leidt tot een ernstig loyaliteitsconflict bij de kinderen. Met name [minderjarige 1] heeft hier zichtbaar veel last van; zij kampt met ernstige hoofd- en buikpijnen en depressies. Mede gelet op de ervaringen in de afgelopen jaren, is de kinderrechter van oordeel dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat en bereid zijn om onder eigen verantwoordelijkheid en in een vrijwillig kader de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen. De kinderrechter verwacht dat door JBW binnen de ondertoezichtstelling wordt ingezet op opvoedondersteuning bij beide ouders en wordt ingezet op hulpverlening voor het doorbreken van (gedrags)patronen tussen de ouders. Daarnaast krijgt JBW de regie in de praktische uitvoering en eventuele uitbreiding van de zorgregeling tussen de vader en de kinderen, waarbij JBW leidend is om te bepalen of, en zo ja, wanneer de zorgregeling kan worden uitgebreid.
Gelet op de langdurige en complexe (systeem)problematiek, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling voor de duur van één jaar noodzakelijk.
De kinderrechter zal als volgt beslissen.

Beslissing

De kinderrechter:
stelt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] van 17 november 2025 tot 17 november 2026 onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland;
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 17 november 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.