De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader om nakoming van een zorgregeling vastgesteld in 2021, waarbij de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben en de moeder de kinderen in oneven weekenden ontvangt.
De moeder kwam de zorgregeling niet na; het kind verbleef sinds augustus 2025 bij haar zonder contact met de vader. De vader stelde dat de moeder zijn opvoeding ondermijnt. De moeder wilde een opbouwende zorgregeling onder begeleiding van het Jeugdteam en vroeg vervangende toestemming voor uitschrijving en inschrijving van het kind op een andere school.
De rechtbank oordeelde dat de zorgregeling moet worden nagekomen omdat geen feiten zijn die afwijken van het belang van het kind. Het verzoek tot dwangsom werd afgewezen vanwege de ondertoezichtstelling die reeds is uitgesproken. Het verzoek tot vervangende toestemming voor schoolwissel werd afgewezen omdat het kind binnen afzienbare tijd naar de vader terugkeert.
De moeder moet vanaf 17 december 2025 meewerken aan de zorgregeling onder begeleiding van hulpverlening om het contact tussen vader en kind te herstellen.