ECLI:NL:RBDHA:2025:22304

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
NL25.54508
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000

In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 25 november 2025 uitspraak gedaan in een beroep tegen een maatregel van bewaring die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd aan de eiser. De maatregel was gebaseerd op artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000, waarbij de minister stelde dat er een risico bestond dat de eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. Eiser had tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De minister heeft de maatregel van bewaring op 12 november 2025 opgeheven, waardoor de rechtbank zich moest beperken tot de vraag of eiser recht had op schadevergoeding voor de periode dat de maatregel van bewaring van kracht was geweest.

De rechtbank heeft de gronden van de minister beoordeeld en geconcludeerd dat de zware gronden die aan de maatregel ten grondslag lagen, voldoende waren om de bewaring te rechtvaardigen. Eiser betwistte de feitelijke juistheid van deze gronden, maar de rechtbank oordeelde dat de argumenten van eiser niet voldoende waren om de rechtmatigheid van de bewaring in twijfel te trekken. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen en dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, met de conclusie dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.54508

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).

Procesverloop

Bij besluit van 3 november 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De minister heeft op 12 november 2025 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 18 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Kunnen de gronden de maatregel van bewaring dragen?
1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de maatregel nodig was, omdat een concreet aanknopingspunt bestond voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, tweede, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb 2000), als zware gronden vermeld dat eiser:
3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;
3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;
3e. in verband met zijn aanvraag om toelating onjuiste of tegenstrijdige gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit, nationaliteit of de reis naar Nederland of een andere lidstaat;
3k. een overdrachtsbesluit heeft ontvangen en geen medewerking verleent aan de overdracht aan de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek;
en als lichte gronden vermeld dat eiser:
4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb 2000 heeft gehouden;
4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;
4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.
2.1.
De minister heeft lichte grond 4d ter zitting laten vallen.
2.2.
Eiser betwist alle zware en lichte gronden. Met betrekking tot zware grond 3a voert eiser aan dat hem niet verweten kan worden dat hij zonder documenten Nederland is binnengekomen, aangezien dit inherent is aan het feit dat eiser een asielzoeker is. Eiser betoogt dat deze zware grond dan ook niet aan hem kan worden tegengeworpen. Met betrekking tot zware grond 3e betoogt eiser dat hij in Nederland geen onjuiste gegevens heeft opgegeven. De aliassen die door de minister worden genoemd heeft eiser opgegeven in Zwitserland. Deze aliassen mogen hem in Nederland niet worden tegengeworpen. Met betrekking tot zware grond 3k voert eiser aan dat een overdrachtsbesluit niet betekent dat eiser in bewaring moet worden gesteld. Eiser betoogt dat niet inzichtelijk is waarom hij op de opvanglocatie van het COa zou blijven als hij niet wil meewerken aan zijn overdracht.
2.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kunnen zware gronden 3a, 3b en 3k de maatregel van bewaring dragen. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat kan worden volstaan met de feitelijke juistheid van zware gronden 3a, 3e en 3k. [1] Eiser heeft met zijn betoog de feitelijke juistheid van zware gronden 3a, 3e en 3k niet betwist. Eiser betwist niet dat hij Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen. Eiser voert enkel aan dat deze grond inherent is aan het feit dat hij een asielzoeker is. Dit doet echter niet af aan de feitelijke juistheid van deze grond. Eiser betwist ook niet dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt over zijn identiteit in Zwitserland. Het enkele feit dat eiser in Nederland geen onjuiste gegevens heeft verstrekt doet geen afbreuk aan de feitelijke juistheid van deze grond. Tenslotte betwist eiser niet dat hij een overdrachtsbesluit heeft gekregen en geen medewerking verleent aan zijn overdracht. Dat eiser verbleef in een opvanglocatie van het COa maakt niet dat deze grond feitelijk onjuist is, aangezien voor eiser tweemaal een vlucht is geboekt en eiser geen medewerking heeft verleend aan zijn overdracht, waardoor deze vluchten geannuleerd zijn. Deze gronden tezamen zijn voldoende om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. Hetgeen verder is aangevoerd tegen de overige aan de maatregel ten grondslag gelegde gronden kan daarom niet leiden tot onrechtmatigheid van de bewaring. Wat eiser heeft aangevoerd tegen de overige gronden behoeft daarom geen bespreking. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?
3. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan. [2]

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E. Brokke, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829.
2.Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858. Idem